Wanneer was het Swing tijdperk?
1890-1905
1910-1925
1930-1945
1950-1966
onderwerpen
Ballet in Amerika
In 1931 betichtte Michel Fókine de danseres en Martha Graham (1894-1991) van amateurisme. Een grove vergissing want deze ex-leerlinge van Denishawn werkte een dansmethode uit die na de tweede wereldoorlog sterk aan invloed won. Grahams ideeën over spanning en ontspanning van het bovenlichaam op basis van ademhaling (contraction and release) en haar aandacht voor grondoefeningen zijn gemeengoed geworden in veel moderne danstechnieken.

Ook andere leerlingen van Denishawn hebben invloed gehad. Doris Humphrey (1895-1958) beschreef een danstheorie op basis van evenwicht (balance and imbalance), die verder uitgewerkt werd door haar leerling José Limón (1908-1972). Al deze choreografen en danspedagogen, de grondleggers van de moderne dans, werkten een tijd lang in New York, dat na de tweede wereldoorlog het centrum werd van wereldwijde vernieuwingen in de kunst.

De ontwikkelde zich in Amerika en beïnvloedde choreografen met een klassieke dansachtergrond. Jerome Robbins (1918-1998) maakte samen met de componist Leonard Bernstein het ballet Fancy Free (1944), dat zo succesvol was dat er ook een musicalversie van gemaakt werd. Later maakte hij de choreografie voor Bernsteins musical West Side Story (1957). Robbins was niet alleen succesvol op Broadway, hij creëerde ook veel balletten voor het gloednieuwe New York City Ballet, een dansgezelschap dat opgericht was door een van oorsprong Russische choreograaf, George Balanchine.

Balanchine (1904-1983) wordt door velen beschouwd als de belangrijkste choreograaf van de twintigste eeuw. Zijn werk wordt wel neoclassistisch genoemd omdat hij duidelijk de klassieke ballettraditie als basis gebruikte: zijn langbenige ballerina’s dansten nog steeds op spitzen, maar konden ook jazzy heupbewegingen maken.

Belangrijk is dat Balanchine het absolute ballet ontwikkelde: ballet dat puur voor de vorm bestaat, zonder verhaal of symbolische verwijzingen. In sommige van zijn balletten droegen de dansers geen kostuum meer maar een gewoon zwart of wit balletpak. Balanchine maakte graag gebruik van meerdere dansers en was een meester in het creëren van een helder, geometrisch lijnenspel.

Beroemd zijn ondermeer Serenade (1934) en Agon (1957). Dit laatste ballet voor twaalf dansers wordt beschouwd als een hoogtepunt van absolute dans. De muziek, deels gebaseerd op de twaaltoonstechniek, is van Stravinski die Balanchine had leren kennen in de jaren dat hij voor Diaghilev (zie Les Ballets Russes) werkte en met wie hij veel zou samenwerken.
audio fragmenten
Henry Cowell: Casual Developments (1933, Graham)
Aaron Copland: Appalachian Spring (1944, Graham)
Leonard Bernstein: Fancy Free (1944, Robbins)
Igor Stravinski: Agon (1957, Balanchine)
José Limon in The Moor's Pavane José Limon in The Moor's Pavane
Martha Graham in Appalachian Spring Martha Graham in Appalachian Spring
bekijk ook deze wijzers
populair
Vakantiewebwijzer
Muziek is een geweldige manier om meer te leren over andere landen. In deze webwijzer werpen we ons licht op muziek uit een aantal populaire vakantielanden.
wereld
Brazilië
Brazilië is het land van samba, maar er is nog zoveel meer. In deze webwijzer leest u over de meest uiteenlopende muziek: van choro en frevo naar bossa nova. forró, baile funk en sertanejo.