Een beroemde operacomponist uit de periode 1670-1750 is...
Georg Friedrich Händel
Claudio Monteverdi
Giuseppe Verdi
Johann Sebastian Bach
onderwerpen
Ballet in Engeland en Frankrijk
Ondertussen had in Engeland een ex-danseres van Diaghilevs Ballet Russes, Ninette de Valois, de basis gelegd voor een dansgezelschap dat in navolging van Diaghilev avondvullende verhalende balletten opvoerde en dat uit zou groeien tot het Royal Ballet.

De grote ster van het Royal Ballet was Margot Fonteyn. De belangrijkste huiswas Frederick Ashton (1904-1988). Zijn stijl wordt gekenmerkt door lyriek met hier en daar een dosis humor. Zo worden de stiefzusters in Assepoester gedanst door mannen, wat de nodige hilariteit met zich meebrengt. Een van de eerste scènes in het landelijk gesitueerde ballet La Fille Mal Gardée is een kippendans. Wat opvalt in Ashtons meer vooruitstrevende balletten, is het flexibele gebruik van het bovenlichaam (vaak licht naar opzij gebogen), waardoor de dans dynamischer wordt.

Het Engelse avondvullende ballet kwam tot een hoogtepunt met het werk van Ashtons opvolger Kenneth MacMillan (1929-1992). Anders dan Ashton werd MacMillan sterk aangetrokken door de duistere kant van de menselijke psyche. Een ander kenmerk van zijn balletten is de erotische hartstocht die tot uiting komt in wervelende en halsbrekende . Een ballerina maakt geen indruk meer door haar kunde om in balans te blijven (zoals in de ), maar door haar moed te durven vallen. Soms moet ze zelfs een regelrechte zweefsprong in de armen van haar partner maken. Beroemd zijn Manon (1974) en het schitterend gekostumeerde Mayerling (1978).

Erotiek in ballet was niet nieuw. In de jaren 1940 waagde de Franse choreograaf Roland Petit (1923-2011) zich reeds aan open seksuele erotiek, zoals in zijn beroemde Le Jeune Homme Et La Mort (1946) en Carmen (1949). Petit werkte samen met modeontwerpers als Yves Saint-Laurent, waardoor zijn balletten in de jaren 1950 een toonbeeld waren van de Parijse haute-couture. Hij verbleef korte tijd in Hollywood, waar hij ondermeer met Fred Astaire samenwerkte. De ervaringen met Amerikaanse musicaldans verwerkte hij later in zijn eigen balletstijl.

Een andere belangrijke Franse choreograaf was Maurice Béjart (1927-2007), wiens balletten opvallen door de verheerlijking van vooral mannelijke seksualiteit. In de jaren 1960 en 1970 bereikte Béjart een nieuw publiek door met zijn Ballet du XXe Siècle wereldwijd op te treden, niet alleen in theaters maar ook in stadions en circustenten. Bekend zijn ondermeer Le Sacre Du Printemps (1959) en Bolero (1961).
audio fragmenten
Constant Lambert (Meyerbeer): Les Patineurs (1937, Ashton) - Pas de deux
Henri Sauguet: Les Forains (1945, Petit) - Galop final
Joseph Kosma: Le Rendez-Vous (1945, Petit)
John Lanchbery (Hertel): La Fille Mal Gardée (1960, Ashton) - Clog dance
Maurice Ravel: Boléro (1928, Nijinska; 1961, Béjart)
Margot Fonteyn in Assepoester Margot Fonteyn in Assepoester
bekijk ook deze wijzers
populair
Popfestivals
Wat maakt popfestivals zo succesvol? Is dat ‘het festivalgevoel’? Of ligt het toch aan de artiesten? In deze webwijzer maken de redacteurs van Muziekweb een reis langs veertig jaar popfestivals.
populair
Soundtrack
Altijd al willen weten wat de beste soundtracks zijn? Of welke componisten verantwoordelijk zijn voor de deuntjes die u fluit bij het verlaten van de bioscoop? Dan is deze webwijzer voor u bedoeld!