De allereerste balletacademie werd opgericht in Frankrijk in:
1561
1661
1761
1861
onderwerpen
Going north: akoestisch wordt elektrisch
De tweede generatie bluesartiesten groeide op in de jaren twintig en dertig en hoorde de platen van de bluespioniers. Ze maakten er dankbaar gebruik van en ontwikkelden de blues verder. Vanaf de late jaren veertig voornamelijk met elektrische gitaren. Het epicentrum verschuift van het Zuiden naar Chicago.

Robert Johnson
Zonder twijfel de belangrijkste artiest van zijn generatie, hoewel hij tijdens zijn leven nauwelijks succes had. Johnson groeide ver na zijn dood (hij bereikte de magische leeftijd van 27 jaar) uit tot een held van Britse bluesrockers als Eric Clapton, John Mayall en Jimmy Page. De mythe dat Johnson zijn ziel aan de duivel verkocht in ruil voor succes en het feit dat er slechts drie foto’s en een handvol opnames van hem bekend zijn, vergroot de mystiek natuurlijk enorm. Daardoor zouden we het belangrijkste bijna vergeten: zijn muziek. Johnson was een heel vaardige gitarist, gezegend met een emotionele bluesstem, waar een ellendig leven in doorklinkt.

Muddy Waters
Slechts twee jaar jonger dan Robert Johnson, maar vele malen moderner. Waters heeft, in tegenstelling tot Johnson, wél de tijd gehad om te experimenteren met nieuwe vormen en de muziek op een hoger plan te tillen dan de countryblues van de jaren twintig en dertig. En dat is gelukt: hij had als één van de eerste bluesartiesten succes met de elektrische gitaar en kan als grondlegger van de Chicago-blues worden gezien. In 1947 had Waters een grote hit met Rollin’ Stone (waar inderdaad dat Britse bandje zich later naar heeft genoemd). Het is slechts tien jaar na Robert Johnsons opnames, maar het verschil is enorm. De grootste hit voor Muddy Waters is geschreven door Willie Dixon: Hoochie Coochie Man uit 1954.

Willie Dixon
Een beer van een vent en derhalve professioneel bokser. In zijn vrije tijd maakte hij muziek. Toen hij tijdens een bokstraining in gesprek raakte met Leonard Chess (een van de oprichters van Chess Records), koos hij toch voor een muziekcarrière. Hij werd scout, liedjesschrijver, producer en bassist voor het label en zag Chess-artiesten als Muddy Waters, Bo Diddley en Chuck Berry hun eerste hits scoren. Nummers die hij vaak zelf had geschreven. Als uitvoerend artiest is Willie Dixon niet zo bekend, maar in 1970 nam hij zijn grootste hits ook zelf op. Die plaat, heel toepasselijk I Am The Blues geheten, bevat uiteraard ook het lied waar The Rolling Stones in 1964 een nummer 1-hit mee hadden: Little Red Rooster. 

Howlin’ Wolf
Nog zo’n grote jongen, bovendien in het bezit van een stem als een bak grind. Geboren in Mississippi, waar hij kennis maakte met de grootste artiest van de eerste generatie: Charley Patton. Die leerde hem gitaarspelen en al gauw timmerde Howlin’ Wolf aan de weg, onder meer optredend met Robert Johnson. Pas rond zijn veertigste maakte hij zijn eerste opnames. Eerst bij Sun, in de studio van Sam Philips (die een paar jaar later zou doorbreken als rock-‘n-rollproducer en ontdekker van Elvis Presley), en daarna bij Chess. Die verhuizing naar Chicago heeft Howlin’ Wolf geen windeieren gelegd. Chess beschouwde hem, samen met Muddy Waters, als belangrijkste uithangbord van het label. Eén van de grootste hits voor Howlin’ Wolf is Spoonful. Geschreven door Willie Dixon die ook de contrabas voor zijn rekening nam.

John Lee Hooker
Had zo veel ritme in zijn rechterhand, dat een drumstel vaak overbodig is. John Lee Hookers gitaartechniek is vele malen geïmiteerd door rockbands uit de jaren zestig en zeventig. Hooker leerde al op jonge leeftijd op eigen benen staan en zwierf als tiener gedurende de jaren dertig en veertig door de Verenigde Staten. Uiteindelijk kwam hij in Detroit terecht waar hij, naast zijn werk in de Ford-fabriek, zijn geld verdiende met optredens. Zijn grote talent bleef niet onopgemerkt en in de vroege jaren vijftig kon John Lee Hooker leven van zijn muziek. Een van de eerste platen die hij opnam in Detroit is I’m In The Mood.

T-Bone Walker
Zoon van twee muzikanten en de appel viel niet ver van de boom. Op vijftienjarige leeftijd was Aaron Thibeaux (T-bone dus) Walker al professioneel muzikant. Hij debuteerde op zijn negentiende bij platenmaatschappij Columbia. Doordat zijn carrière van een leien dakje ging, was hij in staat om volop te experimenteren. Met andere instrumenten (hij speelde naast gitaar ook piano en viool), maar ook met nieuwe technieken. T-Bone Walker werd in de jaren veertig een van de belangrijkste wegbereiders van de elektrische blues. Een mooi voorbeeld van Walkers veelzijdigheid is Call It Stormy Monday uit 1947: een rustige blues met een rijk arrangement van piano, blazers en een prominent aanwezige leadgitaar.
audio fragmenten
Robert Johnson - Cross Road Blues
Muddy Waters - Hoochie Coochie Man
Willie Dixon - Little Red Rooster
Howlin' Wolf - Spoonful
John Lee Hooker - I'm In The Mood
T-Bone Walker - Call It A Stormy Monday
Willy Dixon, Muddy Waters en Buddy Guy Willy Dixon, Muddy Waters en Buddy Guy
Howlin' Wolf Howlin' Wolf
bekijk ook deze wijzers
klassiek
Ballet 1600-1900
Het ballet kent een rijke geschiedenis. Veel belangrijke componisten hebben zich met het genre beziggehouden. Lees meer over de muziek en de ontwikkeling van de dansvorm in deze webwijzer.
populair
Hardrock Metal

Ruige gitaren, beukende drums en een schreeuwende zanger. Zo stellen veel mensen zich heavy metal voor. Deels klopt dat beeld ook wel, maar metal is veel meer dan dat.