Welke kunstbeweging liet zich inspireren door jazz?
COBRA
De Impressionisten
De Kubisten
Pop Art
onderwerpen
Liefde van later: het luisterlied
Na decennia van cabareteske armoe, komt in de jaren zestig de droom uit van de cabaretpioniers van begin van de eeuw: kritisch, scherp, intelligent en literair hoogstaand cabaret.  Liederen maken vanzelfsprekend een belangrijk deel uit van dit zogenaamde cabaret-artistique. Gaandeweg worden er liederen gemaakt die niet in een cabaretprogramma voorkomen: het luisterlied is geboren.

Verzet tegen vervlakking
Literair hoogstaande, maatschappijkritische Nederlandstalige liederen worden in de jaren dertig en veertig niet echt meer gemaakt. Het cabaret is op sterven na dood. De enigen die een beetje in de voetsporen van Jean-Louis Pisuisse treden, zijn Louis Davids en Wim Kan met zijn ABC-Cabaret. Verder is het echte cabaret, zoals de pioniers dat in de jaren tien voor ogen hadden, ver te zoeken in de decennia voor en na de Tweede Wereldoorlog. In de late jaren vijftig komt daar verandering in. De Nederlandse samenleving is in rap tempo aan het veranderen. De economie begint flink aan te trekken, de jongeren worden mondiger (eind jaren vijftig doet de rock-‘n-roll hier zijn intrede) en de technologische vooruitgang is onstuitbaar. In steeds meer huiskamers wordt het televisietoestel een centraal apparaat waar een bijna hypnotiserende werking van uit gaat. Hoewel het aantal uur dat er uitzending was lachwekkend laag ligt, komener toch cabaretgroepen in verweer tegen de vervlakking die de televisie met zich meebrengt. 

Lurelei
De eerste groepen die dat doen, zijn Tingel Tangel (opgericht in 1957) en Lurelei (1958). Jasperina de Jong isde spil van Lurelei, waar ook mensen als Gerard Cox, Kees van Kooten en Adèle Bloemendaal hun carrière zijn begonnen. In de jaren zestig schieten de cabaretgroepen naar het voorbeeld van Tingel Tangel en Lurelei als paddenstoelen uit de grond: Cabaret, PePijn, Don Quishocking, Kabaret Ivo de Wijs, Neerlands Hoop, groepen die op humoristische wijze hun gal spuwen over de maatschappij. Overigens nog altijd onder het juk van de censuur, of ‘tekstcontrole’ en ‘hoofdredactionele sturing’. Een nummer als Call Girl, geschreven door Guus Vleugel en gezongen door Jasperina de Jong voor Lurelei, wordt ondanks (of misschien wel dankzij) de censuur een groot succes. Tekstschrijver Guus Vleugel herinnert zich jaren later: “Call Girl mocht absoluut niet op de televisie, dat was verboden terrein. Prostitutie, daar repte je niet over en al helemaal niet in het amusement.” Nederland was duidelijk nog niet klaar voor dit soort teksten, maar het zijn mensen als Guus Vleugel die tegen de stroom in gaan en Nederland klaar maken.

Geboorte van het luisterlied
In de jaren zestig en zeventig gaan theatermakers en cabaretiers losse liederen opnemen, zonder dat er een theaterprogramma bij hoort. Frans Halsema bijvoorbeeld, is begonnen als cabaretier bij Lurelei, maar ontwikkelt zich vanaf de late jaren zestig als liedzanger. Zijn lied Voor Haar is een echte luisterliedklassieker geworden, maar ook Ik Ben Nou Nog Springlevend en Kees zijn parels in de Nederlandse liedcultuur. Ook Bram Vermeulen begon als cabaretier: hij vormde samen met Freek de Jonge Neerlands Hoop In Bange Dagen. Vermeulen was in het duo altijd al degene die de muziek op zich nam en na het uiteenvallen van Neerlands Hoop legde Vermeulen zich volledig toe op het schrijven en zingen van liederen. Net als bij Halsema niet perse humoristisch of maatschappijkritisch, maar de literaire kwaliteit staat hoog in het vaandel. Naast de liederen die ontstaan vanuit het cabaret is er nog een bron die bijgedragen heeft aan de luisterliedcatalogus, namelijk de naamgever van het genre: Ernst van Altena. Hij is dé vertaler van Franse chansons en verzon voor zijn Nederlandstalige creaties de term luisterlied. Hij vertaalde Jacques Brels Le Plat Pays (Mijn Vlakke Land), Ne Me Quite Pas (Laat Me Niet Alleen) en La Chanson Des Vieux Amants (Liefde Van Later), in 1968 opgenomen door een piepjonge Herman van Veen.

Geen strikte scheiding
Wat begon als maatschappijkritisch cabaret is, mede dankzij de hulp uit Frankrijk, uitgegroeid tot een apart genre. Serieuze liederen, poëtisch verwoord. In de traditie van Halsema, Van Veen en Vermeulen staan ook zangers als Jules de Corte, Robert Long, Stef Bos, Frank Boeijen, Maarten van Roozendaal, Paul de Munnik en Daniël Lohues. En ook popartiesten als Spinvis en Roosbeef zijn hoorbaar beïnvloed door de luisterliedzangers uit het theater.  En zo zien we dus een tweedeling in het Nederlandstalige lied: aan de ene kant het levenslied en aan de andere kant het luisterlied. Het ene zo eenvoudig mogelijk, dicht bij de belevingswereld van het gewone volk, het andere poëtisch, met een diepere gedachte. Natuurlijk is die scheiding niet absoluut. Zo kan een Robert Long heel plat uit de hoek komen en een Jannes onverwacht poëtisch. En waar delen we Rob de Nijs in? Het is onmogelijk een strikte scheiding te maken en dat hoeft dan ook niet.
audio fragmenten
Lurelei - Call Girl
Frans Halsema - Ik Ben Nou Nog Springlevend
Bram Vermeulen - Pauline
Herman van Veen - Liefde Van Later
Robert Long - Thorbeckeplein
Frans Halsema Frans Halsema
Maarten van Roozendaal Maarten van Roozendaal
bekijk ook deze wijzers
wereld
Brazilië
Brazilië is het land van samba, maar er is nog zoveel meer. In deze webwijzer leest u over de meest uiteenlopende muziek: van choro en frevo naar bossa nova. forró, baile funk en sertanejo.  
klassiek
Ballet 1900-2000
Het ballet kent een rijke geschiedenis. Veel belangrijke componisten hebben zich met het genre beziggehouden. In deze webwijzer leest u alles over de ontwikkeling van het ballet in de twintigste eeuw.