Het ontstaan van de opera
De castraten 1670-1750
Hervormingen 1750-1800
Belcanto 1815-1840
Romantiek in Frankrijk 1830-1880
Romantiek in Italië 1840-1880
Romantiek in Duitsland 1820-1880
Realisme en sensualiteit 1880-1920
Romantiek in Frankrijk 1830-1880
Na de val van Napoleon werden alle hervormingsgezinde ideeën de kop ingedrukt. De kiemen van revolutie scholen echter in de Franse grand opéra’s, die van circa 1830 tot 1850 populair waren. De grand opéra dankt zijn naam aan zijn grootse opzet: schitterende decors, massascènes, indrukwekkende orkesten en een lange duur. Het verhaal gaat vaak over een opstand waarbij rebellen grote moed tonen maar uiteindelijk het onderspit moeten delven.
Een typisch voorbeeld is Les Huguenots van Gioacomo Meyerbeer (1791-1864). Het verhaal is gebaseerd op een historische gebeurtenis: de strijd tussen katholieken en protestanten in zestiende-eeuws Frankrijk en het daaruit voortvloeiende bloedbad tijden de beruchte Bartholomeus-nacht, wanneer duizenden protestanten vermoord worden. De grand opéra kan erg meeslepend zijn door de hartstochtelijk gezongen strijdliederen, zoals aan het slot van Les Huguenots, wanneer de in het nauw gedreven protestanten vasthoudend hun strijdlied Eine Feste Burg zingen.
In 1830 liepen in Brussel tijdens een opvoering van La Muette De Portici de gemoederen van het publiek zo hoog op, dat er rellen uitbraken... het begin van de Belgische opstand die België van Nederland zou scheiden.
Na 1850 neemt de populariteit van de grand opéra af. Het burgerlijke publiek geeft meer de voorkeur aan verhalen met een duidelijk moraal, waarin deugdzaamheid geïdealiseerd en geprezen wordt en onzedelijk gedrag wordt afgestraft. Goethe en Shakespeare zijn in en componisten baseren hun opera’s graag op verhalen van deze grote schrijvers. Bekende opera’s zijn Faust en Roméo Et Juliette, beide van Charles Gounod (1818-1893).