

Undergroundbands en -artiesten doorbreken in 1966 voor het eerst de klassieke, drie minuten durende popsong en staan zo aan de basis van een nieuw genre.

Terwijl experimenteren binnen de popmuziek geaccepteerd wordt, gaan de meeste rockbands zoals The Who, Rolling Stones en Led Zeppelin verder te kant op van het supersterrendom met stadionconcerten, een uitgesponnen geluid en het grote geld dat daarmee gepaard gaat.

De jaren tachtig zijn een feest voor alternative bands en fans. Er is een sterke scene met undergroundlabels, –radiostations en –magazines, de komst van goedkope electronica biedt nieuwe mogelijkheden en er is veel ‘foute’ popmuziek om je tegen af te zetten.

Dankzij Nirvana wordt alternative begin jaren negentig . Amerikaanse gitaarbands worden razend populair, terwijl ook in het Verenigd Koninkrijk de gitaar weer op een voetstuk wordt gezet . Platenmaatschappijen verdringen zich om de nieuwe sensatie te ontdekken waardoor obligate grunge- en britpopbands veel aandacht krijgen.
