Na
Arvo Pärt behoort Erkki-Sven Tüür tot de prominentste Estlandse componisten van dit moment. Net als Pärt heeft de muziek van Tüür een zekere spirituele ondertoon, al is de componist naar eigen zeggen niet uitgesproken religieus. Denk bijvoorbeeld aan stukken als Salve Regina (2005) en Missa Brevis (2014). Ook dit album met Tüürs recentere orkestmuziek volgt dit spoor. Het slotstuk De
… Profundis is een vrije verklanking van Psalm 30. Het begint letterlijk vanuit de diepte en voert je als luisteraar mee in een avontuurlijke tocht die, net als de psalm, eindigt in een etherisch ochtendlicht. Tüürs Tiende Symfonie Aeris (2020) zorgt voor eenzelfde soort ervaring. Dit stuk heeft relaties met Tüürs eerdere 'aardse' symfonieën: de eruptieve Vierde Symfonie ‘Magma’ (met solo slagwerk) en de Zesde Symfonie ‘Strata’. Het hoornkwartet, toegevoegd aan het orkestpalet, speelt een belangrijke rol in Aeris. Muzikaal fungeert het als bindmiddel tussen de verschillende orkestsecties. Tegelijkertijd is er een spirituele dimensie, waarbij de vier hoorns fungeren als sjamaanachtige tussenlaag, die als het ware een brug slaat tussen het aardse en het bovennatuurlijke. Het hoornkwartet German Hornsound vervult deze rol perfect. Het Estland Nationaal Symfonieorkest en dirigent Olari Elts zijn, net zoals op hun eerdere ECM-albums, volkomen thuis in Tüürs muzikale klankwereld. (JWvR)meer