Terug naar boven

Muzikale wereldreis (4): het Limburgse carnavalslied

Onze muzikale wereldreis voert soms langs verre oorden, maar voor deze vierde aflevering zoeken we het dichter bij huis en wel in Limburg. Een week lang wordt daar het carnaval (of ‘vastelaovend’) uitbundig gevierd. Daar hoort natuurlijk ook muziek bij, liefst gezongen in dialect. Tijdens deze muzikale wereldreis belichten we die carnavalsmuziek.

Carnaval is een feest dat ver teruggaat. Elementen van het huidige carnaval zijn al terug te vinden bij de oude Romeinen en Germanen. Het carnaval in zijn huidige vorm is iets minder oud en ontstond in het Duitse Rijnland, de streek rondom Keulen. Daar vierde de lokale bevolking de overwinning op Napoleon in 1814 zo uitbundig dat het naar meer smaakte. Uit deze spontane straatfeesten kwam het huidige carnaval (met een Prins Carnaval, een Raad van Elf, optochten en verkleedpartijen) voort. Carnaval wordt in Limburg al sinds de 19e eeuw gevierd, maar het feest beleefde vlak na de Tweede Wereldoorlog een ware opleving, mede omdat de Duitsers het feest tijdens de bezettingsjaren verboden.
In Maastricht zette carnavalsvereniging de Tempeleers de toon. Zij organiseert nog altijd de optocht en kiest de Prins Carnaval. De Tempeleers zette zich ook in voor het dialectlied. Verschillende van deze ‘leedsjes’ werden ook op plaat gezet. De grote hit van 1947 was Carneval! Dat is de sjoenste tied van Harrie Loontjens.

Harrie Loontjes – Carneval! Dat is de sjoenste tied

De ‘leedsjes’ waren simpel, met refreinen die makkelijk mee te zingen waren. Het ritme was vaak een marsritme, iets wat herinnert aan de geschiedenis van Maastricht als garnizoensstad. Een typisch Limburgs fenomeen is de ‘zatte hermenie’: blaaskapellen die op straat spelen. De bedoeling is zo zat mogelijk te klinken: hard spelen met vooral veel valse noten. De Maastrichter zangeres Beppie Kraft vereeuwigde ‘de zatte hermenie’ in 1972 met het gelijknamige nummer.

Beppie Kraft – De zatte hermenie

Vanaf de jaren 60 bereikten de carnavalsliedjes zelfs het publiek in het noorden van Nederland, waar carnaval niet werd gevierd. De geboren Limburger Toon Hermans scoorde in 1968 een grote hit met Mien waar is mijn feestneus. Hij nam het lied niet in het Limburgs maar in het Nederlands op. Veel artiesten volgden zijn voorbeeld.

Toon Hermans – Mien waar is mijn feestneus

Het gevolg was wel, dat deze liedjes de Limburgse dialectliedjes uit de jukeboxen verdreven. Om het dialectlied een impuls te geven werd in 1976 besloten een wedstrijd te organiseren voor het mooiste carnavalslied in Limburgs dialect, het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoer (LVK). De eerste winnaar was Jean Immenee (van The Walkers) met het lied Van Eèsjde tot de Mokerhei.

The Walkers, The Classics & Rainbow – Van Eèsjde tot de Mokerhei

Geen grote liedjeswedstrijd is zonder controverse en dat geldt ook voor het LVK. Toen in 2012 W-Dreej won, klonk er boegeroep vanuit de zaal. Het was al de derde keer op rij dat dit Venlose trio de prijs won. Daar was niet iedereen even blij mee.Toch geldt hun lied Vandaag! (LVK-winnaar 2010) als een onvervalste carnavalsklassieker. Het lied voerde ‘De Vastelaovend top 100’ aan die vorig jaar op carnavalszondag door Q-Music in Limburg werd uitgezonden.

W-Dreej – Vandaag!