Terug naar boven

Curiosa klassiek: Gitaarsymfonieën

Bij het woord symfonie zullen de meeste mensen denken aan een klassiek orkest, met strijkers, blazers en eventueel wat pauken. En dit is niet zo gek: de meeste symfonieën van grootheden als Haydn, Mozart en Beethoven wijken in bezetting hier niet veel van af. Het laatste instrument dat je met de symfonie zou associëren is wel de elektrische gitaar.

In de late 19e eeuw werden orkesten wel steeds groter, en af en toe doken onbekende instrumenten op. In de 20e eeuw raakte het genre wat op de achtergrond – bij de componisten tenminste. Zij richtten zich steeds meer op atypische bezettingen en vormen.

De Amerikaanse componist Glenn Branca (1948) ging wel met het genre aan de slag, maar dan met elektrische gitaren. Zijn eerste symfonie, Tonal plexus (1981), voor een orkest van elektrische gitaren, is heel traditioneel in vier delen - maar dat is dan ook wel het enige traditionele er aan. We horen een soort minimal music met sterke rock-elementen. Soms domineren langgerekte klanken die zich langzaam ontwikkelen, soms repetitieve, agressieve ritmes.

Met zijn tweede symfonie, The peak of the sacred (1982), ging hij door op de ingezette koers. Voor dit werk ontwikkelde hij ‘mallet guitars’, een soort elektrische dulcimer die met hamertjes wordt bespeeld. Hiermee creëerde hij veel vloeiender ontwikkelende klanken.

In de jaren hierna ontwikkelde hij ook elektronische klavierinstrumenten om de klank te verrijken. Centraal stond steeds het verkennen van de boventonen van een bepaalde klank. Zo had de derde symfonie (1983) als bijnaam ‘Music for the first 127 intervals of the harmonic series’.

Opmerkelijk genoeg ging Branca na een grote reeks symfonieën voor elektrische gitaren ook stukken voor traditioneel orkest schrijven. Zijn negende symfonie, L'eve future, wijkt niet echt af van zijn eerdere werk, maar met de traditionele orkestklank raakt het wel een scherpe rand kwijt.

(TC)