Terug naar boven

Basiscollectie klassiek: Carl Ruggles

Carl Ruggles, waarom zouden we hem moeten kennen? Hij was geen prettig persoon. Hij had het stereotype uiterlijk van de yankee mopperaar die hij feitelijk ook was. In zijn artistieke principes was hij net zo uitgesproken als in zijn racisme en antisemitisme. Hij kon hard uithalen naar collega-componisten. Zijn vriend en collega Lou Harrison brak uiteindelijk met hem vanwege zijn reactionaire opvattingen. Ironisch genoeg bracht de joodse dirigent Michael Tilson Thomas hem opnieuw onder de aandacht. Henry Cowell typeerde Ruggles als volgt: ‘Opvliegend, innemend, eerlijk, robuust, origineel, een langzame denker, diep emotioneel, zelfverzekerd en intelligent.’

Waarom zouden we hem sowieso moeten kennen? Wel, net als Wagner en Orff toonde hij zich van zijn beste kant in zijn muziek. Hij was één van de grote Amerikaanse modernisten van de jaren 20, naast Charles Ives, Edgard Varèse, Ruth Crawford Seeger en Henry Cowell. Ruggles' taal was modern en experimenteel. Zijn muziek sloot echter aan bij de visionaire kracht van de 19e eeuwse romantiek.

Edgard Varèse - Amériques (1918-21)

Ruggles werkte langzaam en intuïtief, zijn oeuvre is niet groot. Zijn beste stukken hebben iets van een ongerepte wildernis waarvan de grenzen nergens zijn, en het midden overal. Als een bedachtzame slaapwandelaar baande hij zijn weg door dit onontgonnen terrein. Volgens eigen zeggen had hij geen theorie. Naar composities van anderen keek hij niet om. Toch consulteerde hij soms collega-componisten, om het spoor niet bijster te raken.

Henry Cowell - The snows of Fujiyama (1924, gespeeld door de componist)

Neem zijn composities Angels (1922), een uitzonderlijk mooie studie voor zes gedempte trompetten. Die trompetten creëren een volstrekt eigen lyrische taal, die zich ergens ophoudt tussen de decadentie van Alban Berg en de extase van Olivier Messiaen. Let wel, Berg en Messiaen bedachten ingewikkelde systemen voor hun klanktaal. Ruggles werkte veel intuïtiever. Hij zat gewoon aan de piano en vertrouwde op zijn gehoor. Van Angels bestaat ook een pianoversie, gemaakt door de pianist John Kirkpatrick.

Carl Ruggles - Angels (1922, versie voor koperblazers)

Angels was het eerste werk dat Ruggles componeerde voor de International Composers’ Guild. Dit platform was door Edgard Varèse in het leven geroepen ter ondersteuning van de nieuwe muziek in New York. Ook Ruggles grootste orkestwerk, Sun-Treader, was bestemd voor dit podium. Het stuk ging uiteindelijk in Parijs in première, in 1932 om precies te zijn. Pas in 1966 dirigeerde Jean Martinon de Amerikaanse première, dit ter gelegenheid van Ruggles' 90ste verjaardag.

Sun-Treader toont heftige emoties, afgewisseld met lyrischer passages. Ruggles liet zich hierbij inspireren door een gedicht van Robert Browning. Michael Tilson Thomas werd een enthousiast pleitbezorger van deze complexe partituur. Ook de muziekcriticus Alex Ross – auteur van De rest is lawaai – is complimenteus. ‘Dit orkestrale meesterwerk (...) heeft een vergelijkbare voortstuwing als die van Beethoven’s Vijfde’, aldus Alex Ross.

Carl Ruggles - Sun-Treader (1926-31)

Ruggles laatste grote werk was Organum. Het stuk werd in 1949 in première gebracht door de New York Philharmonic onder leiding van Leopold Stokowski. Ook deze muziek ontvouwt zich als dreigend landschap, waarbij de ene dramatische geste de andere opvolgt. Zelfs in de pianoversie van John Kirkpatrick is deze muziek indrukwekkend.

Carl Ruggles - Organum (1949, pianoversie van John Kirkpatrick)