Terug naar boven

Van Eigen Bodem: Daniel Lohues

In Van Eigen Bodem schenken we aandacht aan de Nederlandse popcultuur in de breedste zin van het woord: van stadionacts tot undergroundbandjes en van singer-songrwriters tot house-dj’s. Deze eerste aflevering staat in het teken van de man die in 2014 voor de eerste keer in zijn carrière, op nummer één in de album-top 100 stond met zijn album D: Daniël Lohues.

De eerste schreden
D mag dan op nummer 1 staan, Lohues wijkt niet af van zijn inmiddels gebruikelijke routine: album releasen in februari, tot en met de zomer langs de theaters en dan naar Amerika voor inspiratie om vanaf februari weer hetzelfde rondje te kunnen doen. Voordat Lohues zijn carrière echter zo heeft kunnen vormgeven , zijn er eerst natuurlijk de bandjes, want daar begint het altijd mee. “De allereerste keer dat ik speelde met een band, augustus ’86, in een groene landmachttent”, zingt hij in het nummer Annelie (afkomstig van Allennig). Lohues is dan 15 jaar en vastbesloten nooit meer iets anders te doen dan muziek maken. Zes jaar later zien we een vrolijk lachende Daniël Lohues gitaar spelen in de videoclipjes van The Charlies, die begin 1993 hun album Popkiss uitbrengen. Het is The Charlies niet gegeven door te breken en het blijft bij dat ene album.

The Charlies – Hands Of the Clock

Skik
In de zomer van 1994 formeert Lohues, in een schuur in het Drentse Erica, de groep Skik. Lohues wordt de zanger, de liedjesschrijver en de in het oog springende voorman van de Drentstalige band. Skik is al gauw ‘de groep rond Charlies-gitarist Daniël Lohues’ en dat is niet raar: Lohues is geestig en charmant en een geweldige publieksvermaker. In 1996 verschijnt het debuutalbum van Skik en de band schiet als een raket omhoog. OOR roemt de voorman van de groep: “Als componist ontpopt hij zich als een onmiskenbaar talent.” Ook bij de bespreking van Skiks tweede plaat is OOR weer enthousiast: ”Voorman Daniël Lohues toont zich opnieuw een ambachtelijk liedjesschrijver, want niet voor niets wekt Niks Is Zoas 't Lek associaties met onder anderen Bruce Springsteen, Joe Jackson en vooral The Beatles, wier witte dubbelalbum voor hem een bron van inspiratie lijkt te zijn geweest.” En zo gaat het door. Skik maakt plaat na plaat en speelt op alle grote festivals en af en toe scoren ze een hitje. Hun grootste succes is het nummer Op Fietse, maar ook ‘t Giet Zoas ‘t Giet en Ik Ga Als Een Speer komen in de hitlijsten.

Skik – Op Fietse

Louisiana Blues Club
Eind 2002 is de koek op: de heren willen andere dromen najagen. Lohues’ droom is een bluesplaat maken in Louisiana. Die droom wordt werkelijkheid: in februari 2003 verschijnt Ja Boeh, een onvervalste bluesplaat, gemaakt met muzikanten die Lohues in Louisiana heeft ontmoet. Muziekweb schrijft bij het verschijnen van deze plaat: “Als liedjesschrijver, instrumentalist en als producer is de veelzijdige Lohues nu boven zich zelf uitgestegen. Smeriger bluesrock is er in Nederland lange tijd niet gemaakt.” Het bluesproject krijgt nog een vervolg: in 2005 verschijnt Grip, met daarbij de film die documentairemaker Paul Ruven tijdens de eerste trip naar Louisiana maakte. Lohues zou Lohues niet zijn als er niet zou worden getoerd. Hij houdt intens veel van optreden en stort dat enthousiasme vol overgave uit over zijn publiek. De muzikanten die mee hebben gespeeld op de plaat worden naar Nederland gehaald en deze Louisiana Blues Club trekt volle zalen. Als Lohues weer eens een sappig verhaal vertelt, staan de Amerikaanse muzikanten er wat verloren bij, maar als ze spelen zijn ze ongenaakbaar.

Daniël Lohue & The Louisiana Blues Club – Hoogste tied veur De Blues

Solowerk
Na al die bandjes wil Lohues alleen muziek maken, of zoals hij het noemt, allennig. In 2006 verschijnt het eerste deel van een vierluik. Alle vier de Allennig-platen hebben dezelfde vormgeving en symboliseren de vier jaargetijden. Alle nummers op het vierluik zijn kaal: er is de stem van Daniël Lohues en één begeleidend instrument (piano, gitaar of banjo), meer niet. Na Allennig IV verschijnt Hout Moet, waar dezelfde soort nummers op staan, maar dan voorzien van wat uitgebreider instrumentarium. De persoon die in de teksten naar voren komt, is in grote lijnen Lohues zelf: “Ik denk dat als je alle platen vanaf Allennig luistert, je wel een aardig beeld van mij krijgt”. Het is een man van de regelmaat, een man van de traditie en een man die diep aardt in de Drentse grond. Maar er is ook altijd de drang naar avontuur. Hij is een reiziger pur sang: niet voor niets staat op Allennig het nummer H. Christoffel (de patroonheilige van de reizigers). Maar er is ook altijd de heimwee, zoals bezongen in Hier Kom Ik Weg: “Naar de verste verten, wil ik altijd wel heen, maar dat gevoel draait zich weer om, zo gauw as ik daar ben.” En zo gebeurt het ook. Ieder jaar maakt Lohues een reis door Amerika (hij heeft reeds 48 staten bezocht), maar hij komt altijd weer terug in zijn eigen vertrouwde Erica.

Daniël Loheus – Allenig