Terug naar boven

Basiscollectie klassiek: Enkele koorwerken van Brahms

Brahms was zeer belezen. Hij had een grote kennis van de Duitse romantische literatuur en poëzie. Ook in de Bijbel was hij goed thuis. Brahms voelde zich aangetrokken tot teksten die over het harde menselijke bestaan gaan. Tegenover deze harde realiteit plaatste hij het thema van de moederlijke troost.

Het Schicksalslied (1868-71) baseerde Brahms op een gedicht van Hölderlin. Het gedicht spreekt van de gelukzaligheid waarin de goden zich bevinden. Hun eeuwige geluk staat in scherp contrast met het trieste bestaan van de mensen. En daar eindigt het mee in Hölderlins gedicht, alsof er tussen de goden en de mensen een onoverbrugbare kloof loopt. Brahms zou echter Brahms niet zijn zonder een moment van troost. Het koorwerk eindigt met een orkestraal naspel, een herhaling van de muziek waarmee dit werk opent. Het naspel is echter wel een terts lager (zeer uitzonderlijk voor de muziek van die tijd!), alsof er iets van de hemelse gelukzaligheid is neergedaald op de aarde.

Schicksalslied o.l.v. Philippe Herreweghe

Ein deutsches Requiem (1865-68) – het oratorium waarmee Brahms doorbrak bij een breed publiek – schreef hij vrijwel zeker als reactie op de dood van zijn moeder. Met het traditionele Latijnse requiem van de katholieke kerk heeft dit werk overigens niet veel te maken. Brahms was goed thuis in de Bijbel. Met grote trefzekerheid koos hij een aantal teksten uit o.a. de Psalmen, Jesaja en de Openbaring van Johannes. Toch is er in dit requiem geen enkele verwijzing naar Jezus, of naar de christelijke verlossing.

Dit kwam Brahms op voorzichtige kritiek te staan van Karl Reinthaler, een theoloog die betrokken was bij een van de premières. De christelijke verlossing leek Brahms echter weinig te interesseren. Hij reageerde althans met de opmerking dat hij zijn requiem het liefst een ‘humaan requiem’ had genoemd. Brahms was niettemin bereid tot een concessie. Tijdens die uitvoering lastte hij de aria I know that my Redeemer liveth in, een populaire highlight uit de Messiah van Handel. Voor latere uitvoeringen verving Brahms deze aria met de ontroerende sopraansolo Ihr habt nun Traurigkeit. Ook hier weer die moederlijke troost: ‘Ich will euch trösten, wie Einen seine Mutter tröstet.’ (Jes. 66, 13.)

Elisabeth Schwarzkopf zingt Ihr habt nun Traurigkeit (Ein deutsches Requiem)

De Alt-Rhapsodie (1869) spreekt van een enorme wanhoop, die de populariteit van het werk overigens niet in de weg heeft gestaan. Vreemd genoeg sneerde Brahms tegenover iedereen die het maar wilde horen dat het om een bruidsgeschenk ging, hoe ongepast was dat. Hij had het namelijk gecomponeerde voor Julie Schumann, de knappe, maar helaas niet zo sterke dochter van Clara en Robert Schumann, voor wie Brahms warme gevoelens koesterde. Julie koos echter voor een ander, waarna Brahms weer een illusie armer was. Aan zijn uitgever Simrock schreef hij: ‘Ik heb het uit wraak geschreven, had je soms iets anders verwacht!?’ Het gedicht van Goethe spreekt van een misantropische doler (een typische Duitse ‘Wanderer’, denk ook aan de Winterreise van Schubert) wiens weg verloren gaat in de wildernis. De alt – ondersteund door een mannenkoor – smeekt de allegorische Vader der Liefde om een toon waarmee het hart verkwikt kan worden.

Aafje Heynis zingt de Alt-Rhapsodie

Minder bekend, maar minstens zo indrukwekkend, is het motet Warum ist dat Licht gegeben, op.74 nr.1 (1879). Ook hier stelde Brahms een compilatie samen van verschillende Bijbelteksten, vergelijkbaar met het libretto van Ein deutsches Requiem. Het geheel wordt afgerond met een koraal (kerklied) van Luther, Mit Fried und Freud ich fahr dahin. Eigenlijk komen hier alle thema’s samen: het moeizame leven, de verborgen weg (denk ook aan de Alt-Rhapsodie) en de troost. Maar dan wel een troost die op de dood uitloopt. Karakteristiek is de smartelijke uitroep ‘Warum’, die een aantal malen terugkeert. Daarna volgen echter canonische passages, die van een bovenaardse schoonheid zijn. Brahms greep hiervoor terug op een Canonische Mis (Missa Canonica) die hij ruim twintig jaar eerder gecomponeerd had. Misschien wel vanwege al dat doorwrochte contrapunt droeg Brahms het motet op aan de grote Bach-kenner en -biograaf Philipp Spitta.

Warum ist das Licht gegeben o.l.v. Daniel Reuss

(HJ)