Terug naar boven

Van eigen bodem: Adèle Bloemendaal

Ze was extravagant, verleidelijk en bovenal grappig. Adèle Bloemendaal had vele gezichten. De actrice en zangeres wisselde televisiecomedy’s moeiteloos af met literair theater. En dan waren er ook nog de carnavalskrakers en reclames. In deze Van Eigen Bodem een overzicht van het muzikale oeuvre van deze kleurrijke artiest.

Adèle Bloemendaal werd in 1933 geboren in Amsterdam. Al vroeg bleek dat zij een groot komisch talent had. Ook kon ze als tiener goed toneelspelen. Samen met onder anderen Leen Jongewaard maakte ze na de middelbare school enkele (kinder)voorstellingen. In 1953 kreeg zij de kans om als professional het toneel op te gaan. Ze moest daarvoor wel eerst op spraakles, om van haar dikke Amsterdamse tongval af te komen. Het accent bleek jaren later juist van grote waarde. Mensen genoten bijvoorbeeld enorm van de volkse Dora in de bekende televisieserie ’t Schaep Met De 5 Pooten.

We benne op de wereld om mekaar te helpen niet waar? (1969)

In het oeuvre van Bloemendaal zijn veel televisiecomedy’s als ’t Schaep Met De 5 Pooten te vinden, zoals Citroentje Met Suiker (1972-1974) en Beppie (1989). De actrice werkte graag voor het succesvolle medium, omdat het haar grote ‘plakken vrije tijd’ opleverde. Zeker toen haar zoon John Jones (1963) nog klein was, kon ze daardoor veel thuis zijn. Als zelfstandig artiest greep ze sowieso veel werk aan. Later kon ze schouderophalend zeggen dat veel daarvan ‘shit’ was. Zo nam ze tussen 1972 en 1981 elk jaar een carnavalslied op (verzameld op deze cd). Het waren weliswaar parodieën op het feestelijke genre, geschreven door grote namen als Drs. P en Harry Bannink, maar toch ook serieuze pogingen snel geld te verdienen.

Wat heb je gedaan, Daan? (1972)

Het gezellige imago paste zo goed bij Bloemendaal, dat het grote publiek begin jaren 80 verbaasd reageerde op haar serieuze cabaretprogramma’s. Adèle’s Keus uit 1982 zette met zorgvuldig uitgezochte literaire liederen meteen de toon. De pers was lovend over haar solovoorstellingen, die ook steeds meer publiek trokken. De Zwarte Doos uit het programma Adèle in Casablanca (1990) werd haar lijflied.

De zwarte doos (1990)

Bloemendaal had echter al eerder serieuze luisterliedjes gezongen. In de jaren 60, nog voor het grote succes van ’t Schaep, was ze veelvuldig op het toneel en televisie te vinden. Lang niet al haar rollen waren komisch van aard. Samen met Frans Halsema en Gerard Cox maakte ze in 1968 Met Blijdschap Geven Wij U Kennis. Het theaterprogramma had veel succes en maakte grote indruk op collega’s.

Na de sexuele revolutie (1968)

De veelzijdigheid van Adèle Bloemendaal is goed te horen op de eerste langspeelplaten die Philips eind jaren 60 uitbracht: Aaah-dèle (1967) en Laat Mij Nu Maar Begaan (1968). Inmiddels zijn deze albums behoorlijk obscuur, al zijn sommige klassieke liedjes later op verzamelaars van Bloemendaal verschenen. Het zijn fascinerende albums. De schaterlach, de enkele traan, de nasale stem en de heldere klank komen allemaal voorbij.

Roeping voor het toneel (1967)
Mijn zoon (1968)

(JE)