Terug naar boven

Basiscollectie klassiek: Een reis door de muziek - VI. Twintigste eeuw

De geschiedenis van de 20ste eeuw laat zich vertellen aan de hand van twee leraren en een schandaal. Om te beginnen met het schandaal: in 1913, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, ging in Parijs Le sacre du printemps van Igor Stravinski in première. Vrijwel niemand, laat staan het conservatieve balletpubliek, was voorbereid op de barbaarse kracht van dit werk: een catatonische nachtmerrie waarin het vertrouwde uit elkaar was gevallen om zich, net als bij Picasso, op hortende en stotende wijze te herschikken. Le Sacre leerde de componisten van de 20ste eeuw om opnieuw te beginnen, vanuit kleine melodische cellen en ritmes. Met name op Nederlandse componisten (Louis Andriessen, Otto Ketting, Daan Manneke) is de invloed van Stravinski groot geweest.

Le Sacre du Printemps van Igor Stravinski

En dan de eerste leraar. Arnold Schönberg leefde in het Wenen van Freud, waar hij het publiek al net zo bruuskeerde als Stravinski in Parijs. Schönberg brak in zijn Tweede Strijkkwartet met de wetten van de tonaliteit, om ‘lucht van andere planeten' te betreden. Zijn ideaal was een universum zonder de zwaartekracht, waarin tonen elkaar aantrekken en afstoten als elementen in een chemisch vat. De atonaliteit ging, en gaat, echter zozeer tegen het normale gehoor in, dat men zich kan afvragen of Schönbergs atonale oeuvre niet als mislukt moet worden beschouwd. Niettemin zijn van dit mislukte oeuvre heel wat uitstekende en goed ontvangen cd's verschenen: zo paradoxaal is nu de 20ste eeuw. Tot Schönbergs leerlingen behoorden Alban Berg, Anton Webern (beiden Oostenrijkers) en John Cage (Amerikaan).

Herzgewächse van Arnold Schönberg

De tweede leermeester was Olivier Messiaen. Zijn fantasie was buitengewoon extravagant en surrealistisch, al beweerde hij dat hij zich nooit buiten de grenzen van het katholieke geloof begaf. Niettemin verbijsterde hij als organist de kerkgangers van La Trinité met zijn Oosters geïnspireerde kleuren en ritmiek. Legendarisch was Messiaens analyseklas aan het Parijse conservatorium, waarin ontelbaar veel jonge componisten een cursus hebben gevolgd. Tot zijn meest notoire leerlingen behoorden Stockhausen, Boulez en Xenakis. Deze ‘angry young men', volwassen geworden in de Tweede Wereldoorlog, braken met alles wat hun collaborerende ouders en opvoeders lief was geweest.

Saint François d'Assise van Olivier Messiaen

Met name Schönberg en de late Stravinsky (maar ook Messiaen in de jaren '50) hadden de neiging veel nadruk te leggen op de theorievorming, alsof de voorwaarden voor een compositie eerst nauwgezet moeten worden gedeclareerd voordat er gezongen en gedanst kan worden. In het muzikale productieproces kwam daardoor veel nadruk te liggen op research, waardoor de luisteraar wel eens buiten beeld verdween. Revoluties konden echter ook zonder bloedvergieten voltrokken worden, zoals bleek uit de delicate klankwereld van Debussy. Zijn esthetische ideaal was de arabesk, zoals we die tegenkomen aan het begin van zijn Prélude à l'après-midi d'un faune.

La mer van Claude Debussy

Er waren ook componisten die min of meer traditioneel bleven componeren, in navolging van de grote romantici. Puccini's La Bohème en Madama Butterfly behoren tot de meest geliefde opera's ooit. In Rusland leidde Sjostakovitsj een ongewis bestaan als ‘hofcomponist' van Stalin. Zijn houding tegenover het Sovjet-regime zal wel altijd een punt van discussie blijven, maar zijn Symfonieën en Strijkkwartetten zijn een indrukwekkende aanklacht tegen staatsterreur en ideologische repressie. In Engeland, tenslotte, ontwikkelde Britten zich als de belangrijkste operacomponist van na de Tweede Wereldoorlog met meesterwerken als Peter Grimes en The Turn of the Screw.

Kwartet nr.8 van Dmitri Sjostakovitsj

Halverwege de jaren '70 sloeg de religieus getinte Derde Symfonie van de Pool Górecki in als een bom: niet vanwege schrille dissonanten, maar vanwege een bijna nederig gebruik van heel eenvoudige melodieën en harmonieën. Typerend voor deze spirituele revival zijn tevens de Passio van Pärt, El Nino van John Adams en Het Zonnelied van Sofia Goebajdoelina.

Short ride in a fast machine van John Adams

(HJ)