Terug naar boven

Basiscollectie klassiek: de geliefde hoornconcerten van Richard Strauss

Als je hoornisten vraagt naar welke hoornconcerten echte klassiekers zijn, dan staan die van Wolfgang Amadeus Mozart en Richard Strauss bovenaan de lijst. Beide componisten voelden uitstekend de technische en muzikale mogelijkheden van de hoorn aan. Dit artikel bespreekt Strauss’ eerste en tweede hoornconcert, waar maar liefst 60 jaar tussen zat.

Richard Strauss (1864-1949) groeide letterlijk op met hoornklanken. Zijn vader Franz Strauss was meer dan 40 jaar een beroemde eerste hoornist in het Münchner Hoforchester. Vader had een conservatieve muzieksmaak, hij had een grondige hekel aan de werken van Richard Wagner. Hij liet zijn zoon vooral kennismaken met het classicisme van Haydn, Mozart en Beethoven en de romantiek van Mendelssohn en Schumann.

Als kind nam Richard gretig alle muziek in zich op en was al druk aan het componeren. Hij was nog maar 18 jaar oud toen hij zijn eerste hoornconcert componeerde. Dus het is geen wonder dat in dit werk nog vooral de muzikale invloeden van zijn vader te horen zijn.

hoornconcert nr.1, deel 1 - Barry Tuckwell (hoorn) (zie album)

Als student aan de Universiteit van München schreef Richard dit hoornconcert in de winter van 1882-1883. Het bestaat uit drie vrij korte delen, die zonder pauze op elkaar volgen in een vrije structuur. En ondanks de degelijke fundering in de Duitse klassiek, hoor je al een glimp van Richards eigen stijl: mooie zangerige melodieën en soms ongewone instrumentencombinaties.

hoornconcert nr.1, deel 2 – Martin van de Merwe (hoorn) (zie album)

In 1885 vond de succesvolle première plaats in Meiningen, met Hans von Bülow als dirigent. Verrassend is dat Richard zijn eerste hoornconcert niet opdroeg aan zijn vader maar aan de hoornvirtuoos Otto Franz. Richards versie voor hoorn en piano heeft zijn vader zeker gespeeld, maar hij scheen het stuk bijzonder uitdagend gevonden te hebben.

hoornconcert nr.1, deel 3 – Peter Damm (hoorn) (zie album)

Al snel na 1885 raakte Strauss via via steeds meer in de ban van de moderne muziek van Richard Wagner en vooral van Franz Liszt. Hij zou zijn publiek laten schrikken met vooruitstrevende symfonische gedichten als Don Juan, Till Eulenspiegels lustige Streiche en Also Sprach Zarathustra. Ook zou hij grensverleggende opera’s schrijven als Salome, Elektra en Der Rosenkavalier.

hoornconcert nr.2, deel 1 – Ronald Janezic (hoorn) & André Previn (dirigent) (zie album)

Pas 60 jaar later zou Strauss zijn tweede hoornconcert schrijven, op 78-jarige leeftijd midden in de Tweede Wereldoorlog. Vanwege zijn leeftijd en de oorlogsomstandigheden had Strauss zich teruggetrokken in de veiligheid van zijn eigen woning in Garmisch. De première vond plaats in de zomer van 1943 tijdens het Salzburg Festival, met Gottfried von Freiberg als hoornist en Karl Böhm als dirigent. De opname hiervan is vastgelegd op track 5 en 6 van dit album.

hoornconcert nr.2, deel 2 – David Pyatt (hoorn) (zie album)

Ook dit tweede hoornconcert is in de toonsoort Es grote terts en driedelig, zonder pauze tussen het eerste en tweede deel. De virtuoze en moeilijke hoornpartij is intelligent verweven in het orkestrale weefsel. Het speels kabbelende eerste deel ging naadloos over in een idyllisch langzaam deel, en het inventieve slotdeel is een jubilerende, goedgehumeurde rondo.

hoornconcert nr.2, deel 3 – Dennis Brain (hoorn) (zie album)

Hoorde je in Strauss’ eerste hoornconcert de bravoure en heldhaftigheid van een ambitieuze jongeman, zijn tweede hoornconcert klinkt dubbelzinniger en emotioneel verfijnd. In de eenvoudigere samenklanken en serene expressie is zijn liefde voor Mozart en het classicisme duidelijk hoorbaar. Maar zijn affiniteit uit hij wel op zijn eigen, vrije Straussiaanse manier.

(SvdP)