Terug naar boven

Jazz: Albert Ayler – Revelations: The Complete ORTF 1970 Fondation Maeght Recordings

Op 25 en 27 juli 1970 speelde de Amerikaanse freejazz-saxofonist Albert Ayler twee triomfvolle concerten in het Franse museum Fondation Maeght. Delen hiervan verschenen datzelfde jaar op de lp's Nuits De La Fondation Maeght Volume 1 en Volume 2 (hier op één cd samengevoegd). In 2015 werden de banden van de twee volledige concerten teruggevonden in de archieven van het Franse Institut National de L’Audiovisuel. Historische opnames - alleen al omdat het tot de laatste live-opnames behoort van de saxofonist, die datzelfde jaar een einde aan zijn leven maakte. In 2022 verscheen het 4 cd’s bevattende boxje Revelations: The Complete ORTF 1970 Fondation Maeght Recordings.

Het nog steeds bestaande Fondation Maeght is een particulier contemporaine kunstmuseum, idyllisch gelegen op een heuvel die uitkijkt op het Zuid-Franse stadje Saint-Paul de Vence. Fluxuskunstenaar en schrijver Daniel Caux werd in 1970 gevraagd om er een tentoonstelling te cureren met de focus op Amerika. Aanvullend werd hem ook gevraagd om een aantal bij het thema aansluitende concerten te organiseren, in het auditorium van het museum. Caux koos voor coryfeeën uit de minimal music (Terry Riley, La Monte Young) en de twee freejazz-artiesten Sun Ra en Albert Ayler.

Het telefoontje uit Frankrijk valt in goede aarde bij Ayler in New York. De in Cleveland geboren saxofonist is een jaar eerder getrouwd met Mary Parks, een kordate vrouw die zich niet alleen opwerpt als manager van Ayler, maar ook op zijn albums begint te verschijnen als zangeres en componist. Het verse echtpaar leeft teruggetrokken van de New Yorkse jazzscene en concerten zijn er nauwelijks of worden slecht bezocht.

Er wordt wel gesteld dat Ornette Coleman de vader, John Coltrane de zoon en Albert Ayler de heilige geest van de freejazz is. Gedrieën zetten zij de jaren 60 naar de hand met hun atonale en spirituele jazzmuziek. Het stotende, gorgelende en piepende spel van de diep religieuze Ayler lijkt soms op het spreken in tongen en is diepgeworteld in gospel, blues en marsmuziek (Ayler speelde tijdens zijn diensttijd in Frankrijk bij een marskapel). Kort voor zijn overlijden in 1967 zorgt groot bewonderaar Coltrane ervoor dat Ayler tekent bij het gezaghebbende jazzlabel Impulse!. Ayler debuteert hierop met het magistrale live-album In Greenwich Village (1967) gevolgd door het sterke studioalbum Love Cry (1968).

Maar naar de maatstaven van major label Impulse! verkopen Aylers platen niet goed. Zij (en waarschijnlijk ook Parks) dringen bij Ayler aan op een toegankelijker geluid en meer aansluiting bij de door popmuziek gedomineerde tijdsgeest. Zo ontstaan de albums New Grass (1969) en Music Is The Healing Force Of The Universe (1970) waarop Ayler zijn vrije spel poogt te verbinden aan rock en vocale rhythm & blues. De platen doen weinig tot niets; de jazzpers sabelt ze unaniem neer, Aylers fans vinden dat hij uitverkoop houdt en de muziek is te wereldvreemd en hybride om nieuwe zieltjes mee te winnen. Overigens groeien zijn Impulse!-albums (gecompleteerd door het in 1971 postuum uitgebrachte The Last Album) met de tijd en worden het stuk voor stuk klassiekers, die daarnaast moeiteloos aansluiten bij de hedendaagse eclectische jazz.

Maar Ayler heeft eind jaren 60 meer aan zijn hoofd. Op aanraden van Impulse! ontsloeg hij zijn broer, de trompettist Donald Ayler uit zijn band. In de drie jaar dat zij samen speelden waren de broers onafscheidelijk. Nu is Donald teruggekeerd naar Cleveland waar hij instort en moet worden opgenomen in een psychiatrische inrichting. Voor zover Ayler zich hier niet al schuldig over voelde, wordt hij ook nog bestookt met berichten van zijn familie, dat het allemaal zijn schuld is.

Speciaal voor de trip naar Frankrijk stelt Ayler een band samen. Parks is er natuurlijk bij, op zang en sopraansax. Call Cobbs, waar Ayler al op Love Cry mee speelde, wordt gevraagd op piano. De ritmesectie Steve Tintweiss (contrabas) en Allen Blairman (drums) speelt voor het eerst met de saxofonist. Gerepeteerd wordt er niet. Cobbs mist het vliegtuig en is er niet bij tijdens het eerste optreden op 25 juli. Desalniettemin is het concert een triomf voor een afgeladen zaal. Twee dagen later is de zaal nog voller en wordt er – nu met Cobbs – bijna een totaal ander concert gegeven. Het publiek is laaiend enthousiast en laat de band niet gaan. Wanneer Ayler na de zoveelste toegift een dankwoord probeert uit te spreken, blijkt dat hij zo hard en intens gespeeld heeft dat hij nauwelijks nog kan praten.

Ook onbedoeld in het licht van zijn spoedige overlijden hebben de concerten en de levendige opnames hiervan iets magisch. Zijn oude en revolutionaire composities als Truth Comes Marching In (met vlagen van het Franse volkslied de Marseillaise) en Spirits Rejoice mengen moeiteloos met de meer theatrale vocale stukken, tot een even groots als spiritueel improvisatieritueel, omlijst door klaterende applauzen uit de zaal na iedere gierende solo van een in topvorm verkerende Ayler. Alles valt op zijn plek tijdens deze Nuit de la Fondation Maeght.

Na het goed georganiseerde en goed betaalde Frankrijk-avontuur keren de Aylers terug naar New York. Daar begint het gesappel weer, van het zelfs moeten onderhandelen over de vergoeding van de buskaartjes voor een toch al niet goed betaalde gig. Er is een tournee door Frankrijk beloofd, maar Ayler lijkt er niet meer in te geloven. Ook zijn schuldgevoelens naar Donald moeten hem parten spelen. Vanaf 5 november wordt Ayler vermist en 20 dagen later wordt zijn lichaam uit de East River gehaald. Een roemloos einde voor één van de meest revolutionaire en oorspronkelijke jazzmuzikanten van de jaren 60. Een keur aan rock- en jazzartiesten – van James Brandon Lewis tot John Zorn, Marc Ribot, Carlos Santana en Thurston Moore - getuigen hiervan in het begeleidende boekje van het onontbeerlijke Revelations: The Complete ORTF 1970 Fondation Maeght Recordings.

MR