In het voorjaar van 1988 bracht de toen al beruchte Britse band Cardiacs hun debuutalbum uit, met de vrij lange titel A Little Man And A House And The Whole World Window. Op dat moment hadden de bandleden hun beklemmend chaotische geluid al laten horen met wat demo’s en ep’s, hadden ze menig rocker al de stuipen of het lijf gejaagd met hun verontrustende live-acts, en waren ze zelfs al het onderwerp van een schandaal dat groot kopte in een landelijk roddelblad.
Wie enigszins bekend is met Cardiacs, weet dat hun muziek niet gemakkelijk te categoriseren is. Het heeft iets van Devo’s eerste albums, van Split Enz. (niet in de laatste plaats wegens de clownesque make-up die de bandleden droegen tijdens optredens) en de gecalculeerde wanorde van Frank Zappa en Captain Beefheart. De oer-Britse, absurdistische prog-punk neemt je daarnaast voortdurend in de maling met kermisachtige orgels, bombastische hoempapa en zeemanskoren. Het debuutalbum van de band, die met verschillende samenstellingen bleef draaien om de broers Jim en de in 2020 overleden Tim Smith, is exemplarisch voor deze stijl.
De single Is This The Life? (met hilarische clip) kende kort succes in de Britse toplijsten voor indiemuziek, en is ook meteen één van Cardiacs’ meest conventionele tracks. Het is een luid en lang gitaar-anthem, bijna stadionrock te noemen, dat haast komisch opgaat in een agressieve gitaarsolo en dan weer plotseling tot stilstand komt.
De teksten van frontman Tim Smith zijn cryptisch, maar hinten vaak naar de absurde, individuele ervaring van het dagelijkse leven in een overvolle en verwarrende samenleving. In het openende nummer A Little Man And A House piekert Smith over de gekmakende gedachte dat iedereen overal ter wereld dezelfde frustraties kent, en daarop introduceert hij op bombastische wijze de catchy frase die telkens terugkeert op het album: ‘That’s the way we all go’.
Een jaar voor het verschijnen van het album, in maart van 1987, kopte de roddelkrant Sunday Sport met de titel: ‘We’re brother and sister’. Het artikel beschuldigde frontman Tim Smith en bandlid Sarah Smith van een incestueuze relatie. In werkelijkheid waren de twee dat jaar getrouwd en beslist geen bloedverwanten. Sindsdien wordt gespeculeerd dat de toenmalige manager van de band het gerucht de wereld in hielp. Gezien de mythos van onprettige gestoordheid die Cardiacs cultiveerde, zal dit ongetwijfeld niet tot ongenoegen van de bandleden gebeurd zijn. En parels als R.E.S., het maniakale hoogtepunt van het album, passen prima bij dit maffe en verknipte imago dat de band kreeg.
Nederlandse liefhebbers konden Cardiacs onder andere zien op het meerdaagse Tegentonen festival in Paradiso in mei 1988, slechts twee maanden na het verschijnen van het debuutalbum. Niet lang daarna verscheen datzelfde jaar Live At The Paradiso Amsterdam, met een groot deel van de opnames van dit concert. Diezelfde maand stond Cardiacs in Den Haag en Leeuwarden. De show die ze op 14 mei in Antwerpen speelden in een verlaten opslagloods (de enige keer dat Cardiacs in België optrad) werd na drie nummers opgebroken door de politie.
Cardiacs bracht tot 1999 nog vier studio-albums uit. Het kinderachtige gepest en de make-up tijdens liveshows werd vervangen door soberdere optredens in formele pakken, maar Cardiacs’ sound werd, hoewel wat meer berekenend, niet minder razend en eclectisch. Het dubbelalbum Sing To God, dat ze in 1996 uitbrachten, was meteen een hit bij de fans en werd als vanouds direct zeer negatief ontvangen door de Britse pers.
Sing To God is waarschijnlijk hun beste album in omvang en kwaliteit; gelikt en duidelijk veel beter gemixt en geproduceerd, maar hun debuutalbum uit 1988 bevindt zich op een speciaal plekje tussen Cardiacs’ smoezelige en griezelige demo’s van de jaren 80 en het steeds strakker wordende latere werk.
(JB)
