Terug naar boven

Popmuziek: Tracy Chapman

Vanuit het niets was ze daar ineens in 1988: Tracy Chapman. Ze was 24 jaar oud toen haar titelloze debuutalbum verscheen. Het was vooral haar stem die meteen opviel. Een prachtig laag geluid en uit duizenden te herkennen. Er klonk pijn doorheen, maar ook warmte.
Alle nummers op het album had ze ook nog zelf geschreven. Haar stem droeg de songs, die werden voorzien van een sobere maar doeltreffende muzikale omlijsting. Een ijzersterk debuut.

De Amerikaanse singer-songwriter groeide op in Cleveland en werd daar door haar moeder grootgebracht. Vanaf haar achtste jaar speelde ze gitaar en maakte ze liedjes. In haar jeugd ondervond ze aan den lijve wat racisme is.


Het eerste nummer op het album zet meteen de toon. De meeste van haar songs stippen sociale misstanden aan en zijn somber van aard. In dit lied gloort iets van hoop: ‘finally the tables are starting to turn…’


Het imponerende Fast Car komt als eerste single van het album uit. In 1988 wordt de 70e verjaardag van Nelson Mandela groots gevierd. Het Wembley-stadion in Londen is tot de nok toe gevuld. Tracy Chapman heeft al opgetreden, maar wanneer Stevie Wonder door technische problemen niet kan beginnen, wordt ze gevraagd nog twee nummers te spelen. Ze heeft immers alleen haar gitaar en haar stem nodig. Ze speelt twee songs, eerst Across The Lines en dan Fast Car. Ze maakt veel indruk op het publiek en op de televisiekijker. Fast Car wordt wereldwijd een enorme hit, net als het album dat dan al uit is. Inmiddels is Fast Car een klassieker en dankzij de versie van Luke Combs uit 2023 heeft het ook weer een nieuw publiek gevonden.


In het Wembley-stadion durft ze het ook aan om het breekbare Behind The Wall a capella te zingen. Het publiek luistert met ingehouden adem naar het lied dat het thema van huiselijk geweld aansnijdt. ‘The police always come late, if they come at all.’


Baby Can I Hold You is de derde single van het album. Het werd destijds een bescheiden hit, maar uiteindelijk is het een van haar bekendste nummers. George Michael zingt het in 1995 live tijdens een benefietconcert. In 1997 verschijnt een succesvolle cover door de Ierse boyband Boyzone. Tracy Chapman neemt het nummer in 2000 nog een keer op samen met Luciano Pavarotti.


In meerdere songs komt de thematiek van het vluchten ter sprake. De vlucht in de Fast Car, weg uit de uitzichtloze situatie. In She’s Got A Ticket is het niet anders: ‘Why not leave why not, go away. Too much hatred, corruption and greed’. Het is de rode draad van dit prachtige album: het verlangen naar een wereld zonder geweld, racisme en onrecht.

Gijs Kimenai