Een album dat vierenzestig jaar later nog zo urgent is dat er een volledige herinterpretatie van wordt gemaakt, dat is de strijdkreet We Insist! Freedom Now Suite van Max Roach. De oneindig vernieuwende drummer nam in 1961 een controversieel album op dat een commerciële flop zou worden, maar een blijvende diepe indruk zou achterlaten als een van de eerste politieke jazzalbums die raciale kwesties aan de kaak stelde.
Na het opnemen van We insist! nam Roach voor nooit meer muziek te maken die niet maatschappelijk relevant is. Bovenal wilde Roach met muziek het verhaal vertellen van de zwarte Amerikaanse bevolking van Afrikaanse afkomst. Zodoende doorbrak hij vele muzikale barrières waarbij hij zich mateloos liet inspireren door de veelzijdige en omvangrijke zwarte muzikale tradities. Voor We Insist! schreef hij samen met burgerrechtenactivist Oscar Brown Jr. de teksten, overtuigend vertolkt door zangeres Abbey Lincoln, die eveneens als burgerrechtenactivist streed voor de zwarte zaak.
Als zweepslagen klinkt de percussie van Roach onder de ontzagwekkende zang van Lincoln op het openingsnummer. Het verhaal dat Roach met zijn muziek wil vertellen is dan ook onlosmakelijk verbonden met slavernij. Zo is Driva’ Man een aanklacht tegen de witte plantageopzichter die tot slaaf gemaakten uitbuit, mishandelt en seksueel misbruikt.
Het verhaal gaat verder met Freedom Day. Roach kreeg het idee voor We Insist! in aanloop naar het honderdjarig jubileum van de Emancipatieproclamatie waarmee Amerikaans president Abraham Lincoln de tot slaaf gemaakten in de rebellerende zuidelijke staten en gebieden vrij verklaarde. Het zou ‘freedom day’ in moeten luiden, maar de verteller heeft moeite dat te geloven. Is het niet te mooi om waar te zijn?
Het ontzagwekkende drieluik Prayer, Protest, Peace vormt vervolgens het zinderende middenstuk van het geheel. De rauwe en vurige chants en kreten van Lincoln zijn even krachtig als indringend en doen de luisteraar huiveren. Het woordeloze stuk raakt tot in het diepste van de ziel en vertelt overtuigend het verhaal van de burgerrechtenstrijd.
Het tweede deel van het album verplaatst zich naar het Afrikaanse continent. Nergens grijpt de muziek zo duidelijk terug op Afrikaanse tradities als op het vierde stuk. Begeleid door Nigeriaans percussionist Babatunde Olatunji brengt het gezelschap hieraan een muzikaal eerbetoon. ‘It began with a chant and a hum, and a hand laid on a native drum,’ zo luidt de tekst van Brown. Hierop volgt een opsomming van de namen van Afrikaanse etnische groepen, elk gevolgd door een spreekwoord over vrijheid van die groep, uitgesproken in het Yorùbá door Olatunji.
Het slotstuk Tears For Johannesburg besteedt ten slotte aandacht aan de anti-apartheidsstrijd in Zuid-Afrika en is een directe reactie op het Bloedbad van Sharpeville dat daar op 21 maart 1960 plaatsvond. Tijdens een demonstratie tegen de pasjeswetten die de bewegingsvrijheid van de zwarte bevolking belemmerde, opende de politie het vuur op de demonstranten, waarbij tientallen omkwamen en vele gewonden vielen.
Anno 2025 is het verhaal echter nog altijd niet volledig gehoord en is de strijdkreet van Roach nog even urgent. Drummer Terri Lyne Carrington en zangeres Christie Dashiell zetten het in een eigen interpretatie hernieuwde kracht bij namens een nieuwe generatie politiek geëngageerde muzikanten. Het leverde het album We insist 2025! op, een weelderige plaat die invloeden uit de spiritual jazz, neo-soul, funk en muzikale tradities uit de Afro-Latijnse en West-Afrikaanse cultuur samenbrengt tot een meeslepend geheel.
In de persoonlijke toedracht Dear Abbey brengen Carrington en Dashiell een ode aan de rijke nalatenschap van Lincoln. Ze danken haar voor de wijsheden die zij op poëtische wijze verkondigde en respecteren haar voor het kiezen van het pad van verzet. Ze zeggen dat de verhalen van Abbey de revolutie blijven inspireren, gevoed door een verlangen naar rechtvaardigheid en vrijheid. Ook in 2025 is We Insist! een muzikale oproep tot verzet en een eerbetoon aan de onuitputtelijke kracht van muziek als bron van verandering.
Lisa Dumas
