Het meest iconische en invloedrijke werk van Louis Andriessen is zonder twijfel De Materie. Ruim 35 jaar na de première wordt het nog steeds over de hele wereld gespeeld, wat onderstreept hoe tijdloos en breed aansprekend het is gebleven. In Nederland behoort Andriessens vierluik over de relatie tussen geest en materie tot het repertoire van Het Muziek (voorheen ASKO|Schönberg) dat De Materie in 1994 opnam onder leiding van Reinbert de Leeuw.
In De Materie onderzoekt Nederlandse componist Louis Andriessen (1939-2021) naar eigen zeggen hoe de geest, de mens, omgaat met zijn tastbare omgeving. Het idee ontstond in 1981 tijdens het bijwonen van een concert. In een splitsecond realiseerde Andriessen zich dat, hoewel de contrabas en de contrafagot bij verschillende instrumentenfamilies worden ingedeeld (namelijk strijkers en houtblazers), ze in materiële zin van dezelfde stof zijn gemaakt: hout. Dat inzicht groeide in de daaropvolgende jaren uit tot De Materie. In vier muzikale essays, elk vanuit een andere invalshoek (historisch, metafysisch, artistiek en natuurwetenschappelijk), komt de relatie tussen geest en materie op veelkleurige wijze aan bod.
Goede kunst is zelden eenduidig. Dat geldt ook voor De Materie. Aanvankelijk beschouwde Andriessen zijn vierluik als een soort opera. In de nasleep van de wereldpremière in 1989, geënsceneerd door regisseur Robert Wilson, bleek echter al gauw dat het in die vorm schuurde. Reinbert de Leeuw merkte er later bij monde van Thea Derks over op: ‘De Materie is een geweldig werk, maar vooral symfonisch, want het drama zit in de muziek, niet in de personen.’ Vandaar dat het stuk sindsdien voornamelijk concertant of semi-scenisch wordt uitgevoerd.
Ook Andriessen-kenner Elmer Schönberger ziet raakvlakken met de symfonie. Zo schrijft hij in een essay: ‘De Materie kan vrij worden geïnterpreteerd als een symfonie in vier delen, met twee langzame delen en een echte scherzo (deel III).’ Elk deel vormt een afgerond geheel op zichzelf, gecentreerd rond een historisch personage. Zo laat Andriessen in het eerste deel de zeventiende-eeuwse wetenschapper David van Goorle aan het woord met een uiteenzetting over de atomische aard van materie. In deel twee verplaatst de focus zich naar de kathedraal van Reims, waar de mystica Hadewich haar lichamelijke en spirituele eenwording met God bezingt. Het scherzo-achtige derde deel is gewijd aan de kunstenaarsgroep De Stijl, met Piet Mondriaan als spil. In het slotdeel verschijnt natuurkundige Marie Curie ten tonele. In een lange monoloog treurt zij om de dood van haar man Pierre.
Hoe symfonisch De Materie ook mag lijken, met een traditioneel symfonieorkest heeft het stuk weinig van doen. Sterker nog, decennialang koesterde Andriessen een sterk wantrouwen tegen dit instituut uit de klassieke muziek. Eind jaren 60 voerde hij met een aantal geestverwanten – De Notenkrakers – actie tegen de in hun ogen conservatieve houding van het Concertgebouworkest. Samen met coryfeeën uit de oude muziek, zoals Frans Brüggen, en de geïmproviseerde muziek, onder wie Misha Mengelberg, stond Andriessen aan de basis van de typisch Nederlandse ensemblecultuur. Zo schreef hij muziek voor door hem opgerichte ensembles als De Volharding en Hoketus. Ook De Materie schreef Andriessen met een dergelijk ensemble in het achterhoofd. Het Materie Orkest speelde volgens het programmaboekje de wereldpremière tijdens het Holland Festival van 1989.
Die aversie tegen de conservatieve muziekcultuur van de jaren 60 had niet alleen te maken met het gebrek aan hedendaagse muziek op de lessenaars van de symfonieorkesten, maar ook met de gesloten werelden van jazz, lichte muziek en de gecomponeerde kunstmuziek. In De Materie heft Andriessen die grenzen bewust op. Zo komen in de ensembles naast klassieke instrumenten ook elektrische gitaar, basgitaar, saxofoons en drums voor. De Stijl vraagt zelfs om een complete bigband. Bovendien gaat Andriessen op compositorisch niveau met materiaal uit diverse muzieksoorten aan de haal. Het muziekhistorisch beladen B-A-C-H-motief, doorwrocht contrapunt, boogiewoogie en bigbandmuziek staan gelijkwaardig naast elkaar. Niet als losstaande elementen, maar symbiotisch, waarvan het geheel meer is dan de som der delen.
Daarmee is De Materie niet alleen een zoektocht naar de aard van materie, maar ook naar die van de muziek zelf: een radicale herdefinitie van wat gecomponeerde muziek kan zijn, uitstijgend boven tradities, genres en vaste bezettingen, en ja, zelfs reikend over landsgrenzen heen.
Jan-Willem van Ree
Wil je meer weten over Louis Andriessen? Lees dit artikel over zijn belangrijkste stukken.
Foto: Rob Kroes / Fotocollectie Anefo
