Wat is de overeenkomst tussen films als 2001: A Space Odyssey, Interstellar en Obsession? In alle drie speelt het orgel een prominente rol in de soundtrack. Maar vergeet het cliché van de dreigende horror-klank: filmcomponisten gebruiken het instrument juist om zeer uiteenlopende werelden op te roepen. Ontdek hoe opmerkelijk veelzijdig het orgel in filmmuziek wordt ingezet.
De vroege filmgeschiedenis is nauw verbonden met het orgel. Stomme films werden live in de bioscoop door een orgel begeleid. Vaak improviseerde de organist de muziek bij de beelden. Bij spannende scènes klonk de muziek dreigend. Was er liefde in het spel, dan hoorde je een romantisch muziekje. En natuurlijk imiteerde de organist allerlei geluidseffecten, zoals toeterende auto’s, een draaiorgel of zwierige walsmuziek tijdens een dansscène. Alleen al in Nederland bestonden er in de eerste helft van de twintigste eeuw zo’n 84 theaterorgels, waarvan het AVRO Concertorgel (1936) een van de bekendste is.
Toen de beroemde film Phantom of the Opera in 1925 uitkwam, leverde Universal Pictures er een cue sheet bij. Op dit papier stond aangegeven wanneer in de film welke muziek moest klinken, zoals fragmenten uit Gounods opera Faust en muziek van Jules Massenet. De organist speelde deze muziek dan live tijdens die filmpassages. Daaromheen bleef er veel vrijheid om zelf te improviseren. Veel van die geïmproviseerde muziek is nooit vastgelegd, maar hedendaagse organisten als Geerten Liefting en Joost Langeveld blazen die oude traditie van geïmproviseerde muziek bij stomme films nieuw leven in.
Ondanks deze improvisaties werd al vrij snel filmmuziek gecomponeerd. Camille Saint-Saëns staat te boek als de eerste componist die muziek bij een (stomme) film schreef: L'Assassinat du duc de Guise. Joseph Carl Breil geldt naar verluidt als de schepper van de eerste doorgecomponeerde soundtrack met The Birth of a Nation (1915).
Na de Tweede Wereldoorlog verdween de geïmproviseerde begeleidingsmuziek weliswaar, maar de rol van het orgel in de symfonische filmmuziek was verre van uitgespeeld. Vaak hoor je het instrument op griezelige momenten of in scènes die zich in een kerk afspelen, zoals de beroemde doopscène uit The Godfather.
Het orgel kan op uiteenlopende manieren een specifieke sfeer oproepen, vooral wanneer het om iets monumentaals gaat of om religieuze, historische of buitenaardse onderwerpen. Zo illustreert de volle orgelklank in Dimitri Tiomkins filmmuziek bij The Fall of the Roman Empire (1964) de glorie van het Romeinse Rijk.
Een andere functie krijgt het orgel in Bernard Herrmanns muziek voor de film Obsession (1976). Als een soort leidmotief klinken telkens twee orgelakkoorden wanneer het obsessie-motief in de film opduikt. Ook klinkt het orgel prominent in de ontvoeringsscène. In deze film fungeert de orgelklank als psychologische drager van het drama.
Soms vervult de orgelklank een symbolische functie. Illustratief is de opening van Andrei Tarkovski’s sciencefictionfilm Solaris, waarin Bachs koraalvoorspel Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ, BWV 639 klinkt. Deze muziek loopt als een rode draad door de film en keert in diverse gedaanten terug. Niet alleen is deze nauw verbonden met het personage Hari, maar staat tegelijkertijd symbool voor het aardse, terwijl de door Eduard Artemyev gecomponeerde elektronische muziek aan de fictieve planeet Solaris is gerelateerd.
Waar het orgel in Solaris het aardse vertegenwoordigt, gebeurt in Stanley Kubricks film 2001: A Space Odyssey en vooral Interstellar van Christopher Nolan juist het omgekeerde. Hier verklankt het orgel het buitenaardse, oftewel de overweldigende grootheid van het heelal. In 2001: A Space Odyssey gebeurt dat aan de hand van Richard Strauss’ symfonische gedicht Also sprach Zarathustra. In het monumentale openingsakkoord versterkt het orgel de orkestklank en geeft zo de beroemde ‘zonsopgangsscène’ een bijna monumentale plechtstatigheid.
In de film Interstellar is de orgelklank gedifferentieerder. Componist Hans Zimmer gebruikt het brede scala aan klankmogelijkheden van het orgel om zowel het psychologische drama van een afwezige vader, een aanstaande wereldramp en de mysteries van het universum in klank te vatten. Voor de tientallen opnamesessies werd gebruikgemaakt van het Harrison & Harrison-orgel uit 1926 van de Londense Temple Church. Dit vierklaviersinstrument beschikt over alle benodigde registers en speelhulpen voor Zimmers epische soundtrack.
De film snijdt grote natuurkundige en astronomische thema’s aan: van wormgaten en zwarte gaten tot tesseracts en singulariteiten. Zimmers muziek daarentegen is van een haast minimalistische eenvoud, al weet hij uit beknopte kernmotieven enorme climaxen op te bouwen. Een van de indrukwekkendste voorbeelden daarvan is de track Coward. Naast symfonieorkest voegen zich ook vier pianisten bij het geheel, onder wie Hans Zimmer zelf. Het orgel echter, met zijn liggende pedaaltonen en drone-achtige patronen, blijkt de ware stuwende kracht van de muziek te zijn. Net als in de eerder genoemde films is het ook hier de orgelklank die zowel de psychologische nuances als de suggestie van het sublieme en het onmetelijke hoorbaar maakt.
Jan-Willem van Ree
Illustratie: still uit 2001: A Space Odyssey
