Deze zomer komt The Fatal Flowers weer bij elkaar voor een serie festivaloptredens. Zanger en gitarist Richard Janssen haalt herinneringen op aan de 'younger days' van deze populaire Amsterdamse band, vertelt over het ontstaan van hun albums en hoe hij ooit Ivo Niehe een loer draaide tijdens een Edison-uitreiking.
De bandchemie is er nog steeds en maakt dat Janssen de optredens met alle vertrouwen tegemoet ziet: ‘Die chemie is moeilijk te omschrijven. Er wordt afgetikt voor een nummer en het is daar. Iedereen weet het begin en het einde, maar wat daartussen gebeurt zal nooit hetzelfde klinken. Het is afhankelijk van hoe we ons op dat moment voelen en alle bandleden beïnvloeden elkaar. Het publiek reageert op het gevoel dat ze iets meemaken wat op dát moment gebeurt.’
The Fatal Flowers ontstaat begin jaren tachtig in het Amsterdamse bandcircuit. Waar stadsgenoten als Claw Boys Claw en L’Attentat hoorbaar uit de (post)punkhoek komen, ontwikkelt The Fatal Flowers een degelijker rockgeluid. Een belangrijke invloed is de aan de Amerikaanse westkust ontstane Paisley Underground-beweging met bands als The Dream Syndicate en The Long Ryders die postpunk vermengen met West Coast rock en Amerikaanse rootsmuziek.
Janssen: Kort voordat we The Fatal Flowers begonnen waren Henk (Jonkers – drummer) en ik in Londen waar we aan de bak wilden komen als muzikant. In Camden Palace zagen we een concert van The Dream Syndicate en 10.000 Maniacs wat grote indruk maakte.'
The Fatal Flowers pakken vanaf de oprichting de zaken serieus aan. Er wordt de hele week gerepeteerd en goed nagedacht over toekomst, presentatie en zelfs een cool banduiterlijk.
Janssen: ‘Voor veel bands uit onze omgeving waren we té ambitieus. Dat was een vies woord in die tijd. Ik begreep dat niet. Ik kwam van de filmacademie en als ik een film wilde maken dan zou ik daar zeven dagen in de week mee bezig zijn. Waarom niet hetzelfde doen met een band? We gingen ‘full on’. Toen we een platencontract tekenden bij het major label WEA kregen we het ‘ouderlingcomité’ helemaal over ons heen.’
Bij WEA debuteert The Fatal Flowers in 1985 met de single Billy en het mini-album Fatal Flowers. Daarna vertrekt de groep naar de Brusselse ICP Studio om debuutalbum Younger Days (1986) op te nemen met de Britse producer Vic Maile (Hawkwind, Motörhead, Dr. Feelgood en vele anderen).
Janssen: ‘Als bandje dat speelde in de Amsterdamse cafés werden we opgepikt door een manager die de zaken groter ging aanpakken. De VPRO ontdekte ons en we mochten opnemen in de radiostudio. Het mini-album hadden we in London mogen opnemen en nu stonden we in een grote studio in Brussel met een gerenommeerde producer. Ondertussen moesten we alles leren over hoe je een plaat opneemt. Ik was nog zo bleu. Toen alle muziek was opgenomen en ik alleen nog de tracks moest inzingen, stelde ik voor om dat in een keer te doen: laat de opnameband maar lopen, dan zing ik het wel even in. Net als bij optredens. Dat leidde tot grote verwarring bij de studiotechnicus en Vic. Ze moesten mij uitleggen dat dat niet de wijze is waarop je in een studio werkt.'
Een jaar later mag The Fatal Flowers een Edison in ontvangst nemen voor Younger Days tijdens een Edisongala op televisie, gepresenteerd door Ivo Niehe.
Janssen: ‘Ik vond het een onaardige man. Toen we ’s middags aankwamen stelde hij zich niet eens voor. Tijdens het gala speelden we een nummer en dan zou ik naar hem toe moeten lopen om het Edison-beeldje in ontvangst te nemen. Nog tijdens het zingen heb ik het uitgestalde beeldje gepakt en ben ik van het podium afgelopen. Zo stond Ivo Niehe met lege handen. Het bracht ons daarna nog wat extra publiciteit in de pers.’
Voor het volgende album Johnny D. Is Back! (1988) vertrekt de band naar het Amerikaanse Woodstock om te werken met voormalig David Bowie-gitarist Mick Ronson. Het levert een stevig album op dat tegen classic rock aanleunt.
Janssen: ‘Ik heb altijd het gevoel gehouden dat Johnny D. Is Back! beter had gekund. Het is eigenlijk een conceptalbum, maar dat durfde ik toen niet te zeggen, want dat zou wel te pretentieus zijn. Het is geschreven als een film: Johnny D. wordt uit de goot gehaald om zijn carrière te hervatten. Dat loopt opnieuw mis en het eindigt met zijn begrafenis. Als zanger ben ik zowel de verteller als Johnny D. zelf. Het kreeg goeie reacties uit Amerika en werd opgepikt door het overkoepelende College Music Journal. Vervolgens hebben we ook gespeeld in Amerika.’
Pas na Johnny D. Is Back! ontstaat de definitieve bezetting van The Fatal Flowers met naast Janssen en Jonkers, bassist Geert de Groot en de nog piepjonge gitarist Robin Berlijn. Deze bezetting maakt, opnieuw met Ronson, het derde album Pleasure Ground (1990) dat Janssen zijn favoriet noemt. Kort daarna valt de band uiteen.
Janssen: ‘Het waren tropenjaren. Je hoort nu dat een band 20 a 30 optredens in een jaar doet. Wij deden dat in een maand! Ik vind het mooi om te zien hoe Nederlandse bands van nu zichzelf serieus durven te nemen en aandacht besteden aan hun presentatie. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan De Staat of Son Mieux.’
Mark Ritsema
Komende zomer is The Fatal Flowers hier te zien.
