Velen zullen zich de julidag in 2001 herinneren waarop het bericht kwam dat Herman Brood was overleden. Het Nederlandse rock ‘n-roll icoon had, op 55-jarige leeftijd en volledig opgebrand, een sprong genomen vanaf het dak van het Amsterdamse Hilton hotel. Herman Brood kende vele gedaantes – muzikant, kunstenaar, dichter, junkie, aandachtstrekker... In twee artikelen belichten we de muziek van deze unieke artiest.
Op 15 januari 1974 vindt het afscheidsoptreden plaats van Cuby + The Blizzards in een studio in Hilversum. Het concert van de Drentse bluesgroep wordt opgenomen voor het televisieprogramma Nederpopzien. De bandleden, waaronder pianist Herman Brood, komen ook aan het woord. Brood oogt stijlvol met zijn wilde, halflange haar en zonnebril met ronde glazen. Hij is high en timide. Als de interviewer vraagt of hij nog tekent, antwoordt hij lispelend:
‘Alleen als ik in een psychiatrische inrichting ben. Dan heb ik er de tijd voor.’
Je geeft die stonede mafkees nog geen jaar, maar met oog op zijn toekomst is dit juist Brood ten voeten uit: de artiest die een theatrale en charismatische draai aan zijn eerlijkheid weet te geven, terwijl hij zichzelf neerzet als een getroebleerd en gedrogeerd figuur. Ook zijn beste muziek draagt dat uit en viert het zelfs.
Hermanus Brood wordt geboren op 5 november 1946. Hij begint rond zijn 13e piano te spelen. Ondanks zijn kleurenblindheid gaat hij in 1964 naar de Kunstacademie in Arnhem. Hij speelt hier ook in zijn eerste band The Moans, wat later zal uitgroeien tot Long Tall Ernie & The Shakers. Maar Brood is dan alweer naar het noorden vertrokken, waar hij in 1967 lid wordt van Cuby + The Blizzards. Met name door zijn drugsgebruik is zijn relatie met de overige leden wispelturig, maar hij schrijft wel mee aan de aan de bekendste nummers van de band, de getergde pianoballades Through The Window Of My Eyes en Somebody Will Know Someday.
Na het einde van Cuby + The Blizzards duikt Brood in 1975 op bij Vitesse, dat hij opricht met drummer Herman van Boeyen. Op het titelloze debuutalbum is te horen dat Brood de heroïne ondertussen verruilt heeft voor speed. In funky uptempo nummers als You Can’t Beat Me en Funky But Clean zijn de eerste contouren te horen van een energieke en levenslustige Herman Brood.
Hij verlaat Vitesse alweer na dat uitstekende debuut. Brood voelt de tijdsgeest – waarin door pubrock en opkomende punkrock wordt afgerekend met de bombastische en pretentieuze jaren 70-rock - goed aan. Bovendien ontmoet hij Koos van Dijk tijdens een optreden van het heropgerichte Cuby + The Blizzards. Deze stimuleert hem om onder zijn eigen naam muziek te gaan maken en blijft door dik en dun, tot Broods dood, zijn manager. Maar eerst werkt Brood nog mee aan het Cuby + The Blizzards-album Kid Blue (1976).
Een lang artikel in OOR waarin Herman Brood wordt gevolgd tijdens het touren langs zweterige clubs en cafés, doet een buzz rond Herman Brood en zijn band Wild Romance groeien. Het album Street, dat begin 1977 verschijnt, is vervolgens een kleine sensatie. Hierop vindt Herman Brood zichzelf uit als een man die zijn muziek leeft en andersom. Een album vol rauwe en energieke rock ‘n-roll, gespeeld op een swingende en hamerende piano, afgemaakt met razende en spuwende zang vol straattaal en junkie-jargon. De rock ’n-roll junkie is geboren.
Mark Ritsema
Lees hier deel 2, De succesjaren.
Deze zomer komt The Fatal Flowers weer bij elkaar voor een serie… meer
Jazzmuzikant Benjamin Herman is al zeker 35 jaar een vertrouwd… meer
Velen zullen zich de julidag in 2001 herinneren waarop het bericht… meer
