Terug naar boven

Popmuziek: Herman Brood, de succesjaren (2)

Velen zullen zich de julidag in 2001 herinneren waarop het bericht kwam dat Herman Brood was overleden. Het Nederlandse rock ‘n-roll icoon had, op 55-jarige leeftijd en volledig opgebrand, een sprong genomen vanaf het dak van het Amsterdamse Hilton hotel. Herman Brood kende vele gedaantes – muzikant, kunstenaar, dichter, junkie, aandachtstrekker... In twee artikelen belichten we de muziek van deze unieke artiest.


Op zijn eerste album Street (1977) werkt Herman Brood nog met een gelegenheidsband die hij Wild Romance noemt. Na de succesvolle release moet er veel live gespeeld worden en formeert Brood een vaste band met drummer Cees Meerman, bassist Freddie Cavalli en de Belgische gitarist Danny Lademacher. De groep raakt al snel hecht door het vele optreden. Ze rocken, maar weten ook de onberekenbare Brood, feilloos te volgen. Begin 1978 trekken zij zich terug in de Relight Studio in Hilvarenbeek om te werken aan een nieuwe lp.


Op Street had Brood zichzelf al uitgevonden als rock ’n roller. Aan opvolger Shpritsz, dat in mei 1978 uitkomt, klopt vervolgens álles. Hierop wordt het wilde imago van Brood gekoppeld aan een verzameling compacte, energieke en ijzersterke songs als Dope Sucks, Doin’ It en natuurlijk Broods lijflied R & Roll Junkie. Dankzij het op een pakkende riff van Lademacher geschreven Saturday Night breekt Herman Brood & His Wild Romance door in Nederland.


Ineens duikt Herman Brood op in ieder popprogramma en tijdschrift (inclusief de roddelpers). Met zijn stoer-knappe verschijning en altijd goed voor een controversiële uitspraak, wint hij veel fans en doet hij de goegemeente sidderen. De singles Still Believe en Never Be Clever die allebei niet op Shpritsz staan, doen het succes alleen maar groeien.

Brood geniet niet alleen zichtbaar van het succes, maar buit het ook gretig uit. Hij papt aan met de excentrieke Duitse zangeres Nina Hagen en samen spelen zij de hoofdrol in de speelfilm Cha Cha die in 1979 onder regie van Herbert Curiël uit de grond wordt gestampt. Een even kneuterige als amusante film door Herman Brood en óver Herman Brood, die met Hagen in Ruigoord in de echt wordt verbonden door de visionaire dichter Simon Vinkenoog. Daarnaast kent de film veel toffe muziek, zoals Herman is High, Hagens ode aan Brood.


Wat er gebeurt wanneer Herman Brood & His Wild Romance eind 1979 naar Amerika vertrekt is al vaak en uitvoerig beschreven in vele biografieën. De band speelt hier een aantal succesvolle optredens en werkt zich richting New York waar gespeeld moet worden in The Bottom Line. De pers en meerder platenbonzen zijn gekomen, maar Brood zit zonder speed en is te dronken om het optreden tot een goed einde te brengen. Gedesillusioneerd keert men terug naar Nederland. De drugs en drugsromantiek die Brood zo graag uitdraagt heeft ditmaal tegen hem gewerkt.


Die eerste deuk vertaalt zich ook naar het derde album Go Nutz dat twee jaar na Shpritsz verschijnt. De plaat is bedoeld voor de Amerikaanse markt. De Amerikaanse producer Tim O'Brien ontkracht omwille hiervan alleen maar de sterke kanten van Brood en zijn hechte band en huurt zelfs sessiemuzikanten in voor een spekglad resultaat.


Het is een uitspraak van Keith Richards dat veel bands wel kunnen rocken, maar vaak vergeten te rollen. Op Street en Shpritsz had Brood dit helemaal te pakken. Niet voor niets verwees hij naar invloeden als Mose Allison en Little Richard, naast beatnik-poets als Jack Kerouac en William Burroughs. De krachtige wijze waarop hij rauwe 'jive talk' wist te verbinden aan energieke rock ’n-roll vond Brood, na het debacle van Amerika en Go Nutz, nooit meer terug. Hij wist de eenvoudige kracht van Shpritsz nimmer te evenaren, waarmee het muzikale succes afnam en Herman Brood op zoek moest naar andere, soms bijna eerloze activiteiten en muziek om de aandacht op hem gericht te houden. Tot op de dag in 2001 dat hij zichzelf terugvond op het dak van het Hilton hotel.

Mark Ritsema