Terug naar boven

Neoklassiek: Dichtbij de natuur en zichzelf - Interview met Djessy Swan

Je kunt verdwalen in een bos zonder de weg kwijt te raken. Dat is hoe de muziek van Djessy Swan aanvoelt op haar debuut-ep What Souls Are Made Of. In de vier nummers onderzoekt de violist en singer-songwriter hoe een mens zich ontwikkelt en met wrijving en angsten leert omgaan, om uiteindelijk dichter bij zichzelf te komen.

Bossen, klimop, vlinders, wolven, het noorderlicht - de natuur is in elk nummer wel aanwezig. Swan groeide op met natuur rondom haar, eerst in Brabant (‘naast een bos’) en later aan de Zeeuwse kust. Ze is er nog steeds vaak te vinden als inspiratie voor haar werk. In haar muziek vormt de natuur echter geen romantisch decorstuk, eerder een element om actief en speels toe te passen. Zo voert ze op What Souls Are Made Of gesprekken met leeuwen en wolven en laat ze een vlinder uit haar cocon breken en botsen met de wereld. Verandering is dus niet alleen bevrijdend, maar brengt ook wrijving en onzekerheid met zich mee.

Dat merk je ook aan de structuren van haar nummers, die geen vaste vormen volgen. Neem bijvoorbeeld het melodische en complexe Lions and Wolves, waarin haar viool een hoofdrol speelt. Het nummer verwoordt het hoofdthema van de ep: je authentieke zelf durven zijn en op die manier door de wereld bewegen. De natuur is daarbij voor Swan een steevaste hulpbron of compagnon.

Die losgebroken structuur komt niet toevallig tot stand. Swan vertelt dat ze voor elk nummer tot in detail schema’s en plattegronden uitwerkt. Ze weet waar het naartoe beweegt:
‘Van een uitgestrekt duingebied naar een beschutte open plek in het bos.’
De route daartussen wordt methodisch gecomponeerd:
‘Muziek is als een reis: intuïtief, maar er zit tegelijk structuur in.’
Bovendien heeft de volgorde van de nummers (in dit artikel niet gevolgd) een betekenis: de worstelingen en inzichten zoals Swan die achtereenvolgens ervoer.

De combinatie van intuïtief werken met een technische onderbouwing zat er al vroeg in. Op jonge leeftijd ontdekte Swan dat ze met de viool liever wilde arrangeren en creëren dan bestaande muziek reproduceren. Daarom zocht ze bewust een opleiding buiten het klassieke pad en verdiepte zich in Argentijnse tango en compositie. Songteksten schrijven leerde ze nauwelijks op het conservatorium, maar met een schrijver als moeder werd ze van kinds af aan meegenomen in de creatieve processen hiervan.

Tegenwoordig gebruikt Swan naast akoestische muziek ook elektronische sounds en samples om nieuwe klanktexturen en zintuiglijke associaties op te roepen. Zoals voor het nummer Ivy waarin ze in de huid kruipt van een klimop:
‘Om te voelen hoe dat is: dat je zowel je wortels kan laten groeien als naar de zon toe kan bewegen. Het nummer gaat over doorzettingsvermogen in het je bewegen over ongebaande paden.’

De natuur en de muziek: voor Djessy Swan waren ze er altijd al. Beide zitten verscholen in haar namen. Djessy’s voornaam komt uit het gelijknamige lied van Kanda Bongo Man. Haar artiestennaam Swan stamt zowel voort uit haar familiewapen (Van den Dries) als haar voorliefde voor dierensymboliek - zoals ook op deze ep:
‘De zwaan is in veel culturen een symbool voor transformatie en authenticiteit. En ik kan alleen iets maken als ik eerlijk ben daarover.’

Met de ontwikkelingen van AI is authenticiteit straks moeilijk te herkennen, maar Swan maakt zich geen zorgen. Ze wil zichzelf als mens en maker blijven vernieuwen, en dat kan AI immers niet voor haar doen. Bovendien wil ze livemuziek blijven maken:
‘In het echt met elkaar verbinden is niet na te bootsen.’

Uit alles blijkt dat het creatieve proces - de reis - voor Swan waardevoller is dan het product, en zo laat deze ep zich ook beluisteren: als een cyclus van verschillende seizoenen waar je steeds in je leven weer naartoe kunt keren, als hulpbron of compagnon.

Marlene Dirven