Frank Martin werd in 1890 geboren als de zoon van een Zwitserse predikant. Bepalend voor zijn leven was de kennismaking met Bachs Matthäus-Passion op 12-jarige leeftijd. Hiermee had hij zijn roeping gevonden, maar dat wilde niet zeggen dat zijn carrière zich voorspoedig ontwikkelde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was zijn bewegingsvrijheid beperkt, omdat Zwitsers zich gereed dienden te houden voor
… de mobilisatie. Met zijn prachtige Mis voor twee koren uit 1922 had de componist veel indruk kunnen maken, ware het niet dat het werk in de bureaula bleef liggen: de componist beschouwde religie nu eenmaal als iets persoonlijks. In de jaren '30 hield Martin zich nauwgezet met Schönbergs twaalftoonsysteem bezig, zonder dit systeem over te nemen. Preoccupaties met chromatiek zijn echter wel terug te vinden in Martins melodieën, zoals in het thema van Martins eerste en enige orgelwerk: de Passacaglia uit 1944 (het werk klinkt hier in de bewerking voor strijkorkest uit 1962). Op dat moment was Martin reeds met zijn tweede vrouw, de Nederlandse muziekstudente Maria Boeke, getrouwd. Na de Tweede Wereldoorlog vestigde het paar zich aan de Prinsengracht in Amsterdam. Pas in 1956 vestigde Martin zich in een villa in Naarden, waar hij in 1974 overleed. Het Concert voor cello en orkest werd in 1966 voltooid, waarna het werd opgedragen aan de muziekpaus Paul Sacher. De Trois Danses voor hobo en harp, strijkkwintet en strijkorkest werden in 1970 geschreven voor Heinz en Ursula Holliger. (HJ)meer