De muziekgeschiedenis wil dat met Bachs overlijden in 1750 ook de barokperiode afliep, maar de realiteit was minder rigide. Veel componisten, onder wie Bachs eigen zonen, waren actief in de overgangsperiode tussen barok en het Weens classicisme. Tot hen behoort ook de enigszins raadselachtige Christoph Schaffrath (ca. 1709–1763), van wie zelfs geen exacte geboorte- en sterfdatum bekend zijn. Wel
… weten we dat hij omstreeks 1734 werkzaam was aan het hof van Frederik de Grote in Potsdam en daarmee een directe collega van Bach-zoon Carl Philipp Emanuel Bach. Het contrast tussen beide componisten kan nauwelijks groter zijn. Waar Emanuel Bach uitgroeide tot een van de gezichten van de Empfindsame stijl, hield Schaffrath vast aan barokke structuren, zij het in een eenvoudiger en transparanter idioom. Schaffraths twaalf Soli voor klavier vormen daarvan een overtuigend voorbeeld. Van deze cyclus zijn slechts negen Soli overgeleverd, waarvan de zevende bovendien onvolledig is. Klavecinist Marius Bartoccini completeerde dit werk en presenteert hier een betrokken en doordachte interpretatie. Hoewel hij soms sterk de nadruk legt op het detail, biedt dit album een overtuigende kennismaking met Schaffraths klaviermuziek. Daarmee richt Bartoccini de schijnwerper op een tot nu toe onderbelicht figuur uit de vroeg-achttiende-eeuwse muziekgeschiedenis. (JWvR)meer