De oude mannen en vrouwen van het dorp waarschuwen de jongens en meisjes niet het woud te betreden. In het duister schuilen immers kabouters, incubi, faunen, geesten, duivels, saters, gnomen, vampiers, sylfen, djinns, necromanten, enz.. Wat blijkt echter? De jongens en meisjes willen niet meer naar het woud: ze beseffen maar al te goed dat de spoken, salamanders, najades, leviatans, kobolds, nimfen,
… weerwolven, heksen, dwaallichten, ufo's, aliens, graancirkelmakers en wichelroedelopers gevlucht zijn vanwege de bemoeizucht van de oude mannen en vrouwen. Aldus het laatste deel van de Trois Chansons van Maurice Ravel. Deze Chansons zijn te beluisteren op de mooie cd French Choral Music onder leiding van Ed Spanjaard. De cd bevat eveneens werk van Claude Debussy (Trois Chansons de Charles d’Orléans), Andre Jolivet, Jean Françaix, Olivier Messiaen (O Sacrum Convivium) en Jean Louis Florentz. Laatstgenoemde is een erudiet componist, die behalve compositie en orgel ook nog natuurwetenschap, etnomusicologie en Arabisch heeft gestudeerd. Zijn interesse voor Semitische talen en de bronnen van het Christendom brachten hem in aanraking met de Tombara Tesb’et: een 15de eeuws Ethiopisch geschrift, dat trachtte af te rekenen met de magische praktijken in het half gekerstende Ethiopië van de 15de eeuw. U kent dat wel: weg met alle kabouters, nimfen, heksen, etc.. Florentz’ Asmarâ heeft met dit alles overigens weinig te maken. Het betreft namelijk een kleurrijke en exotisch klinkende toonzetting van Psalm 8 in Ethiopisch. (HJ)meer