Terug naar boven

Playlist Frank Zappa 80 jaar

Een greep uit het unieke oeuvre van de Amerikaanse rockmuzikant en componist Frank Zappa.

  1. Hungry freaks daddy Frank Zappa & The Mothers of Invention
  2. Brown shoes don't make it Frank Zappa & The Mothers of Invention
  3. Peaches and regalia Frank Zappa
  4. The blimp Captain Beefheart
  5. Cruising for burgers Frank Zappa & The Mothers of Invention
  6. Call any vegetable Frank Zappa
  7. Camarillo brillo Frank Zappa
  8. Regyptian strut Frank Zappa
  9. Catholic girls Frank Zappa
  10. Cheepnis Frank Zappa
  11. One man, one vote Frank Zappa
  12. Valley girl Frank Zappa
  13. Cosmic debris Frank Zappa
  14. Dog breath variations Frank Zappa & Ensemble Modern
  15. Sofa no.2 Frank Zappa
lees meer
'The present day composer refuses to die', is een gevleugelde uitspraak van de 20ste eeuwse Franse componist Edgard Varèse en wordt geciteerd door de Amerikaanse rockmuzikant en componist Frank Zappa op zijn tweede album Absolutely Free (1967). Maar het mocht niet zo zijn. Zappa, die dit jaar op 21 december 80 zou zijn geworden, was nog maar 52 jaar toen hij overleed in 1993.

Al op jonge leeftijd kende Zappa een liefde voor rhythm & blues, doowop en moderne componisten als Varèse en Stravinski. Samen met humor en satire vond dit later een weg naar Zappa's eigen muziek, waarmee hij zijn stempel drukte op zowel de rock als de jazz en de modern gecomponeerde muziek. Werelden die hij ook samenbracht en leerde zichzelf niet te serieus te nemen en zich nergens te min voor te voelen. Muziekweb doet een greep uit zijn unieke oeuvre.

Hungry Freaks Daddy
'Mister America, walk on by your schools that do not teach. Mister America, walk on by the minds that won't be reached.' Zo komen The Mothers Of Invention onder leiding van Zappa in 1966 binnen denderen op het album Freak Out. Een combinatie van satire, protest, doowop, rock en rituele gekte die zowel een aanval is op Amerika als een ode aan de freaks (de nihilistischere en minder op love and peace gerichte hippies) van Los Angeles.

Brown Shoes Don't Make It
Gaandeweg sluiten meer onderrichtte muzikanten zich aan bij The Mothers Of Invention, zoals toetsenist en saxofonist Ian Underwood, toetsenist Don Preston en drummer/percussionist Art Tripp. Daarmee worden de composities van Zappa complexer, maar ook explicieter. Zoals de rockrapsodie Brown Shoes Don't Make It, waarin een saaie kantoorklerk de dag doorkomt met wilde dromen over hippe tienermeisjes.

Peaches And Regalia
'Jazz is not dead, it just smells funny', is een van de gevleugelde en veel gequote uitspraken van Zappa. Toch klinken er onmiskenbaar jazzinvloeden door, op met name zijn instrumentale albums Hot Rats (1969), Waka/Jawaka (1972) en The Grand Wazoo (1972). Met een toevoeging van grillige melodieën en muzikale gekte, geeft hij er een eigen draai aan die een weg terug vindt naar de jazz(rock)wereld.

The BlimpCaptain Beefheart & His Magic Band
In zijn huis in Laurel Canyon heeft Zappa zijn eigen studio en is het een komen en gaan van muzikanten en andere kleurrijke figuren. Op zijn label Bizarre / Straight Records verschijnen eigen albums, maar ook een keur van bonte, door hem ontdekte en geproduceerde freaks, zoals de club groupies The GTOs en straatzanger en psychiatrische patiënt Wild Man Fischer. Maar ook de rockgroep Alice Cooper debuteert op Straight en wanneer zijn jeugdvriend Don van Vliet alias Captain Beefheart zich niet meer thuis voelt bij de reguliere platenmaatschappijen, is hij welkom in huize Zappa om gestalte te geven aan zijn meest controversiële en beroemde album Trout Mask Replica (1969).

Cruisin' For Burgers
In navolging van componisten als Stockhausen en Varèse specialiseert Zappa zich in het knippen, plakken, bewerken en manipuleren van opnametape. Zo wordt zijn studio een extra instrument. Concerten, sessies, gesprekken en gekkigheid worden opgenomen en in de studio aaneengeplakt en gemanipuleerd tot nummers of hele albums. Zoals het dubbelalbum Uncle Meat (1969) dat op collageachtige wijze de wilde wereld van The Mothers Of Invention reflecteert.

Call Any Vegetable
In 1970 start Zappa een nieuwe band, nu kortweg The Mothers geheten. Rock en satire voeren de boventoon, aangevoerd door de twee clowneske leadzangers Flo & Eddie alias Mark Volman en Howard Kaylan, voorheen van de keurige West-Coast popgroep The Turtles. De groep tourt uitgebreid en werkt aan het, als weinig geslaagd beschouwde filmproject 200 Motels. Het valt uiteen wanneer Zappa eind 1971 ernstige verwondingen oploopt tijdens een concert in het Londense Rainbow Theatre. Een man uit het publiek, die denkt dat Zappa met zijn vriendin flirt, klimt het podium op en geeft Zappa een duw waardoor hij meters diep in de orkestbak valt.

Camarillo Brillo
Het eerdergenoemde big band-album The Grand Wazoo ontstaat nog vanuit een rolstoel, maar in 1973 keert Zappa terug met een ijzersterke live-band vol even karaktervolle als bedreven musici, zoals jazztoetsenist en zanger George Duke en klassieke percussionist Ruth Underwood. Op zijn succesalbums Over-Nite Sensation (1973) en Apostrophe (') (1974) is Zappa meer dan ooit de zanger die met zijn sardonische en dwingende basstem (door zijn val met een octaaf verlaagd) zingt over ranzige seks, stoute poedels en de vuiligheid die de consumerende westerling door de strot wordt gedrukt.

Cheepnis
Bovengenoemde band wordt vervolmaakt met extra frontman Napoleon Murpy Brock op sax, dwarsfluit en soulvolle vocalen naast de barse Zappa. Het flink in de studio nabewerkte live-album Roxy & Elsewhere (1974) is een mooie weerslag van deze topband die Zappa's complexe stukken met een groove speelt en daarbij ook nog de grootste lol maakt. Een van de sterkste albums uit Zappa's oeuvre.

Regyptian Strut
Zelfs decennia na zijn dood heeft de liefhebber niet te klagen over de frequentie van Zappa-albums, waarvan er vaak meerdere per jaar uitkomen. In 1977 stelt hij het uit vier lp's bestaande album Läther samen, net als Uncle Meat een collage van studiosongs, live-materiaal en orkestwerken, aaneengesmeed door korte dialogen tussen de bandleden. Platenmaatschappij Warner Brothers vindt het echter teveel van het goede en brengt in 78/79, tot ongenoegen van Zappa, delen ervan uit als de drie losse albums Studio Tan, Sleep Dirt en Orchestral Favorites. De rest van het materiaal wordt verdeeld over Zappa In New York (1977) en Sheik Yerbouti (1979). Pas in 1996 verschijnt het gehele Läther voor het eerst op drie cd's.

Catholic Girls
Eind jaren 70 heeft Zappa zich omringd met een nieuwe club van jonge en begenadigde rockmuzikanten, zoals drummer Vinnie Colaiuta, gitarist Warren Cuccurullo en zanger Ike Willis. Begin jaren 80 voegt ook gitarist Steve Vai zich bij de groep. Doorgecomponeerde rock, meligheid en provocerende seksgrappen, waarin iedere geaardheid het moet ontgelden, domineren rock opera's als Joe's Garage Act I, II & III (1979) en Thing-Fish (1984).

One Man One Vote
Wanneer in 1985 een groep bezorgde Amerikaanse echtgenotes van senators de Parents Music Resource Center oprichten om de verruwing van de popcultuur tegen te gaan (met onder andere Parental Advisory stickers op albumhoezen), staat Zappa vooraan om zich tegen deze betutteling en verkapte censuur uit te spreken. Zijn getuigenis in de senaat tijdens de zogenaamde porn rock hearing, verwerkt hij op het album Frank Zappa Meets The Mothers Of Prevention (1985). Hierop toont hij ook zijn toenemende voorkeur voor de synclavier – een synthesizer met de prille functies van een sampler en harddisk recorder, waarop hij kan componeren zonder rekening te hoeven houden met uitvoerenden.

Valley Girl
Zijn grootste hit in Amerika heeft Zappa in 1982 met het novelty nummer Valley Girl. De imitatie van het gebral en de slang (het zogenaamde valleyspeak) van een Californische rijkeluisdochter, wordt opgevoerd door Zappa's dochter Moon die 14 jaar is als zij dit inspreekt in de studio van haar vader.

Cosmik Debris
In 1988 gaat Zappa op wereldtournee met een uitgebreide band en zegeviert hij met zijn bekendste nummers, naast nieuw werk. De tournee wordt, om nooit bevestigde redenen, niet voltooid, maar levert wel drie live-albums op: Broadway The Hard Way (1988), The Best Band You Never Heard... (1991) en Make A Jazz Noise Here (1991). Hierna werkt Zappa voornamelijk nog in de studio aan zijn synclavier, ook nadat in 1990 onbehandelbare prostaatkanker bij hem is geconstateerd.

Dog Breath Variations
Zappa voelt zich altijd miskend als componist en door zijn publiek teveel gewaardeerd om favorieten als Camarillo Brillo en Valley Girl. Al tegen het eind van zijn leven komt hier een kentering in. In 1991 worden zijn composities gespeeld In Frankfurt door het Ensemble Modern, naast werk van onder andere Stockhausen en Cage. Ondanks zijn ziekte blijft Zappa betrokken bij de uitvoeringen en latere concerten in Europa, zoals te horen op The Yellow Shark (1993), het laatste album dat tijdens zijn leven verschijnt.

Sofa No. 2
Zappa overlijdt op 4 december 1993, thuis en omringd door zijn familie. Hoewel met veel onderling gesteggel, bewaken zijn weduwe Gail (die overlijdt in 2015) en vier kinderen het nalatenschap en bezorgen zij de vele postume uitgaves, terwijl zoon en gitarist Dweezil zijn vaders werk speelt als Zappa Plays Zappa, veelal met oudleden van Zappa's bands. Mede hierdoor, maar ook door zijn unieke oeuvre, blijft de naam Frank Zappa leven en nieuwe fans vinden.

samenstelling en tekst: Mark Ritsema
vormgeving: Judith de Rond
portret Frank Zappa: JK76756