Terug naar boven

Ballet - entr'acte - toneelmuziek - operetteouverture



Het woord ballet komt van ‘ballare’, wat ‘dansen’ betekent in het Italiaans. In dit land wordt in de vijftiende eeuw de hofdans gecultiveerd. De Franse koningen zijn gek op de Italiaanse hofdansen en dansen zelf mee in zogenaamde hofballetten. Lodewijk XIV sticht de allereerste balletacademie en wordt daarmee als grondlegger gezien van het klassieke ballet ofwel de Westerse academische theaterdans. In de barok vormen balletten meestal een onderdeel van opera’s en toneelstukken. Pas langzamerhand ontstaat het verhalende ballet dat tot een hoogtepunt komt in de romantiek met avondvullende balletten als Giselle, Zwanenmeer en Doornroosje, waarvoor componisten als Tsjaikovski hun beste muziek componeren. In de twintigste eeuw begint het verzet tegen het academische klassieke ballet. De moderne dans komt op en krijgt zijn eigen dansscholen. Het moderne ballet wordt een kunstvorm die zich op allerlei manieren kan uiten: in het theater maar ook op straat, met muziek of zonder.