Terug naar boven

bebop



Bebop is de beweeglijke grote-stadsmuziek vol complexe akkoorden en verrassende ritmische accenten, die in de vroege jaren veertig werd ontwikkeld tijdens jamsessies in de New Yorkse club Minton’s Playhouse. De grotere orkesten uit het swing-tijdperk maakten daarbij plaats voor kleine combo’s, meestal bestaande uit een ritmesectie (drums, bas, piano) en enkele blazers (trompet, saxofoon). Het basisritme van de swing, met vier klappen per maat op de bassdrum, werd verplaatst naar het grote bekken, de high-hat kreeg de after-beat en op de rest van de trommels en bekkens werden de meest gewaagde accenten gegeven. De akkoorden kregen vele harmonische toevoegingen en de akkoordenschema’s werden steeds complexer. Niet meer de melodie van een nummer, maar het ingewikkelde akkoordenschema werd het uitgangspunt voor improvisaties, meestal in een moordend tempo. Mede dankzij de moeilijk mee te neuriën melodieën en het excentrieke gedrag van een aantal bop-sterren kwam de bebop al snel in een subcultuur terecht. Toch zijn in vrijwel alle moderne jazzstijlen de harmonieën en ritmiek van de bebop terug te vinden.