‘Hij zal mijn meesterwerk zijn’, zou componist
Albert Roussel volgens het cd-boekje over zijn 32-jarige leerling Bohuslav Martinů hebben gezegd. Het zijn grote woorden, zeker als je bedenkt dat Martinů dertien jaar eerder wegens ‘onverbeterlijke achteloosheid’ van het Praags Conservatorium werd gestuurd. Toch groeide hij uit tot een van de belangrijkste Tsjechische componisten van de
… twintigste eeuw. Net als bij zijn Franse generatiegenoot Darius Milhaud is Martinů’s oeuvre omvangrijk en veelzijdig. Geen genre bleef onaangeroerd. Violist Ambroise Aubrun, fluitist Jocelyn Aubrun en pianist Steven Vanhauwaert presenteren op dit album een representatieve selectie van zijn kamermuziek. Naast de speelse en Frans georiënteerde Fluitsonate (1937) klinkt de zwaarder aangezette Derde Vioolsonate (1944), een werk dat een vaste plaats in het repertoire verwierf dankzij uitvoeringen door onder anderen Josef Suk en David Oistrakh. Beide duosonates worden afgewisseld met de op de barok geïnspireerde Sonate en Madrigaal-Sonate voor fluit, viool en piano. In deze werken komt Martinů’s eclectische componeerstijl duidelijk naar voren, met invloeden uit Tsjechische volksmuziek, jazz en het neoclassicisme à la Stravinski. Voor wie nog niet vertrouwd is met zijn kamermuziek vormt dit album een toegankelijke kennismaking. (JWvR)more