Stravinski werd beroemd met het barbaarse
Le Sacre du Printemps. Zijn latere neoklassieke werk deed het minder goed bij een publiek dat steeds weer zoiets verwachtte als
Le Sacre. En dat terwijl ook de neoklassieke werken de ritmische scherpte hebben die zo kenmerkend is voor Stravinski’s signatuur. De drie werken van dit album laten Stravinski’s nette, Apollinische kant horen. In het ballet
… Apollon Musagète wordt de Griekse god van de perfectie en harmonie zelfs letterlijk geboren. Drie meesterlijke composities waartussen de luisteraar als vanzelf verbanden legt. Zo zijn de buitenste werken van het drieluik (Concerto in d, Apollon Musagète) voor strijkers. Terwijl op het middenpaneel (Dumbarton Oaks Concerto) blazers en strijkers tegen elkaar uitgespeeld worden als in een Brandenburgs concert van Bach (Stravinski’s eigen vergelijking). Het Concerto in D (eerste track) begint monter in de hoogte, begeleid door een geheimzinnig akkoord in de laagte. Ook in de allerlaatste track staat hoog tegenover laag. Het deeltje (slot van Apollon Musagète) begeleidt Apollo’s opgang naar de Parnassus in gezelschap van de muzen van de poëzie, de beweging en de dans. Al met al een fraai debuut van Camerata Salzburg voor het label Channel Classics, waarin de musici zich zowel individueel als gezamenlijk uitleven. (HJ)plus