Thomas Adès geldt al jaren als een van de prominentste Britse componisten van de eenentwintigste eeuw. Zoals veel hedendaagse componisten, onder wie Magnus Lindberg, schrijft hij een groot deel van zijn muziek in opdracht tijdens residencies bij gerenommeerde orkesten. Dit album vormt de weerslag van zijn residency bij het Hallé Orchestra (2023-2025), waarmee de componist al een decennialange band
… heeft. Het album biedt niet alleen een fraai doorkijkje in Adès’ eigen output van de afgelopen vijf jaar, maar geeft ook ruimte aan de jongere generatie Britse componisten, onder wie William Marsey (1989) en Oliver Leith (1990). Wat deze componisten verbindt, is dat zij elk op hun eigen manier een vorm van heruitgevonden consonantie (welluidendheid) verkennen, al dan niet op basis van bestaand materiaal, zoals het shanty-lied en de chaconne (Adès) of het Bach-koraal O Haupt voll Blut und Wunden (Marsey). Een andere rode draad in het programma is de connectie met de beeldende kunst. Zo baseerde Marsey zijn Man With Limp Wrist op schilderijen van de Pakistaanse kunstenaar Salman Toor. Adès liet zich voor het ultrakorte stuk Tower inspireren door onder meer Van Goghs Caféterras bij nacht. Het resultaat is een intrigerend portret van een componist die niet alleen zijn eigen muzikale wereld verder verkent, maar tegelijk ruimte schept voor een nieuwe generatie. (JWvR)plus