Retour au début de page

Curiosa klassiek: Beethoven als therapeut

Beethoven was relatief vaak ziek. Zijn gestel kon het zomaar laten afweten. Ruzies met dienstboden en huishoudelijke hulpen waren het gevolg: ze zouden verantwoordelijk zijn voor bedorven eten. Beethoven bezocht vaak kuuroorden, maar die brachten niet altijd de gewenste verlichting. Vooral in de jaren 1813, 1816 en 1821 kwakkelde hij zozeer met zijn gezondheid, dat het componeren erbij inschoot.

Zijn meest spraakmakende kwaal was zijn doofheid. Het leverde een van de meest indrukwekkende egodocumenten uit de muziekgeschiedenis op: een persoonlijke bekentenis in de vorm van een testament, in 1802 door Beethoven opgesteld in het kuuroord Heiligenstadt. Beethoven schreef hier hoe zijn doofheid hem steeds meer in een isolement bracht: ‘Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om tegen mensen te zeggen: praat harder, schreeuw, want ik ben doof’. Ondanks – of juist dankzij – zijn ellende spreekt hij de hoop uit dat zijn kunst van betekenis mag zijn voor anderen: ‘Godheid, U daarboven ziet neer op mijn innerlijk. U kent het, U weet dat ik ben vervuld van mensenliefde en steeds het goede nastreef. (…) En wie ongelukkig is, trooste zich ermee in mij een lotgenoot te vinden, die ondanks alle hindernissen die de natuur voor hem opwierp toch deed wat in zijn vermogen lag om in de categorie van waardige kunstenaars en mensen te worden opgenomen.’ (Vertaling: Jos van der Zanden)

Claudio Abbdo dirigeert de Treurmars uit Derde Symfonie

Beethoven worstelde met het besef dat uitgerekend hij, een musicus, doof zou worden. Zijn leven leek zinloos, hij speelde zelfs met het idee om er een eind aan te maken. Toch vond hij troost in de gedachte dat zijn muziek van betekenis kon zijn voor lotgenoten. Aan hen biedt Beethoven zijn muziek aan als troost. Deze therapeutische insteek maakt het mogelijk om Beethovens muziek te interpreteren vanuit zijn eigen psychische gesteldheid. Denk hierbij aan de grote thema’s van zijn leven: zijn ongelukkige jeugd, zijn verheven idealen, zijn liefde voor de natuur, zijn vriendschappen en zijn vergeefse hoop op een gelukkig huwelijk en een stabiel gezinsleven.

Claudio Arrau speelt de Sonate voor piano Les Adieux

Het Heiligenstädter Testament heeft ook een religieuze inslag. De meestal niet zo betrouwbare Anton Schindler gaf een waarschijnlijk rake typering van Beethovens religieuze gevoelens: ‘Dat hij werkelijk religieus was, bleek uit zijn hele levenswandel. Opvallend genoeg gaf hij nooit zijn mening over religieuze zaken of dogma's. Hoogstwaarschijnlijk berustten zijn gevoelens niet zozeer op het kerkelijke geloof, maar op het deïsme. Zonder een bepaalde theorie voor ogen te hebben, erkende hij klaarblijkelijk God in de wereld en de wereld in God.’

Plácido Domingo zingt Christus am Oelberge

De genezende werking van de muziek is een oud thema. Bekend is het verhaal van de herder David, die met zijn harpspel de krankzinnige koning Saul tot rust bracht. En dan is er uiteraard de mythe van Orpheus, die met zijn gezang zelfs de planten en de stenen wist te ontroeren. Beethoven was zich maar al te bewust van zijn rol als gewonde genezer. Zo is er een treffende anekdote, die o.a. door Mendelssohn is overgeleverd. Het verhaal gaat over de barones Von Ertmann, die een kind verloren had. Beethoven bezocht haar, nam plaats aan het klavier en zei niet meer dan: 'Wir werden nun in Tönen mit einander sprechen'. Vervolgens speelde hij wel een uur lang. ‘Hij zei mij alles, zo gaf hij mij tenslotte troost’, aldus de barones.

Maurizio Pollini speelt Adagio uit Sonate voor piano op.106, Hammerklavier

Beethovens idealen kwamen echter met een prijs. Hij was een lastig persoon, die vaak tegen zijn zelfgecreëerde schaduwen vocht en daarbij schade toebracht aan zichzelf en anderen. De slepende rechtszaken (van 1815 tot 1820) om de voogdijschap van zijn neefje Karl laat een trieste figuur zien, bij wie hooggestemde idealen en persoonlijke tragiek amper van elkaar te scheiden zijn. De componist was zich ergens bewust van zijn tirannieke gedrag. Uit zijn persoonlijke documenten blijkt hoezeer hij verteerd werd door schuldgevoelens. In zijn muziek is de discrepantie tussen persoonlijke tragiek en verheven ideaal goed herkenbaar. Denk aan Florestan, Prometheus, de graaf van Egmont, de Verre Geliefde

Ouverture uit de toneelmuziek voor Goethe’s Egmont, op.84

In april 1825 werd Beethoven opnieuw ziek. De zomer was al grotendeels voorbij voordat hij weer de oude was. Het herstel was reden voor een muzikale dankbetuiging. Het muziekstuk werd voorzien van een breedsprakige titel die klinkt als een programmatische verklaring: 'Heilig danklied van een genezen mens aan de godheid, in de lydische toonsoort’ (Italiaans: Canzona di ringraziamento offerta alla divinità da un guarito, in modo lidico; Duits: Heiliger Dankgesang eines Genesenden an die Gottheit, in der lydischen Tonart). Een dankoffer dus, in een toonsoort die herinnert aan oude kerkmuziek. Beethoven nam zijn dankbetuiging op als het langzame deel (Molto adagio) van zijn Strijkkwartet nr.15 in a, op.132.

Heilig danklied van een genezen mens (Molto adagio uit Strijkkwartet nr.15, op.132)

(HJ)