‘Onze twintigste-eeuwse Sweelinck’ of ‘Kapelmeester van de ruimte’: bijnamen genoeg om het oeuvre van Daan Manneke (1939) te typeren. Beide zijn van toepassing op dit album met voornamelijk orgelcomposities. Niet alleen van Manneke zelf, maar ook van componisten met wie hij een bijzondere band heeft. Naast Johann Sebastian Bach, César Franck, Guillaume Dufay en François Couperin klinkt
… muziek van Jan Pieterszoon Sweelinck. Met laatstgenoemde deelt Manneke zijn liefde voor de Geneefse psalmen: kerkliederen van Franse origine die nog altijd in Nederlandse protestantse kerken worden gezongen. Ze vormen een brug tussen Mannekes Nederlandse afkomst en Latijnse inborst. Daarmee ontvouwt het album zich in twee delen, met de beiaard van de Utrechtse Dom als scharnier. Geen toevallige keuze, want het orgel dat Gerben Budding bespeelt bevindt zich in dezelfde kerk. Dankzij de zorgvuldige opbouw reis je als luisteraar door de ruimte van de tijd. Zeker in Mannekes Basler Psalmen (2018/2025) hoor je onverwachte echo’s van eerdere muziek op het album. De titel Archipel X dekt daarmee volledig de lading. Met inmiddels zeven genummerde Archipel-composities en de Grote Archipel voor piano kun je Archipel X beluisteren als een meta-archipel van klankeilanden in de tijdruimte. Daan Manneke ten voeten uit. (JWvR)plus