Componist Reinhard Keiser ken je wellicht van zijn Brockes-Passion (1712). Dat was een van de populairste passiecomposities in de barok. Als Keisers muziek één ding laat horen, dan wel zijn grote gevoel voor theater. Geen wonder, want vanaf 1697 zwaaide hij de scepter over de Hamburgse Oper am Gänsemarkt. In 1707 vond daar de première plaats van zijn opera Der Carneval von Venedig. Net als de
… Brockes-Passion was dit stuk een echte kaskraker. Weinig opera’s werden in Hamburg zo vaak opgevoerd als Der Carneval. Dat had niet zozeer met het flinterdunne verhaallijntje te maken: twee koppels worden tijdens het Venetiaans carnaval verliefd op een ander, maar - spoiler alert - uiteindelijk komt alles goed. Het was vooral Keisers flamboyante muziek die tot de verbeelding sprak en waarin hij een groot aantal affecten (emoties) effectief verklankt. Daarvoor gebruikt hij een vrij uitgebreid orkest. Naast strijkers en basso continuo (twee luiten, klavecimbel en kistorgel) schrijft hij nog drie hobo’s en drie blokfluiten, fagot en twee slagwerkers voor. Ook nu zorgt Keiser afwisselende instrumentatiekunst ervoor dat je twee uur lang geboeid blijft. Barockwerk Hamburg levert een gepeperde wereldpremière-opname, met levendige tempi en een cast die de theatrale flair van de muziek overtuigend over het voetlicht brengt. (JWvR)plus