Terug naar boven

Curiosa klassiek: Is er lijden na de Mattheus?

Kom O dochters, help mij klagen', zo begint Bachs Matthäus-Passion. In de Stille Week kon niemand het rouwbetoon ontgaan: het verdriet is te groot, anderen moeten helpen. Op Goede Vrijdag konden kabinetsleden niet ontbreken bij de ‘Mattheus’ in Naarden. De avond ervoor was de straatversie The Passion te zien in Amersfoort. En hoe nu verder? Hier volgen vijf klassieke alternatieven die wat intiemer en minder publiek van karakter zijn.

Een hoogtepunt in de Britse muziek zijn de zeven Lachrymae van John Dowland. Dit zijn zeven langzame dansen (pavanes), steeds beginnend met een karakteristiek traanmotief. 'Tranen getuigen niet altijd van smart, maar ook van vreugde', aldus de meester van de melancholie, John Dowland, in het voorwoord.

Dowland - Lachrymae, or seven tears (1604)

In een kapel in het Spaanse Cádiz had men een traditie om stil te staan bij zeven traditionele kruiswoorden van Christus. Voor deze meditatieve bijeenkomsten componeerde Joseph Haydn passende muziek. Naderhand bewerkte hij voor strijkkwartet, zodat ook amateurs deze muziek konden spelen.

Haydn - Sieben Worte (1787)

Frank Martin hoorde op 12-jarige leeftijd de Matthäus-Passion van Bach. De kennismaking had grote invloed op zijn muzikale vorming. Hij componeerde zelfs een passie in de vorm van een vioolconcert. In zes delen schildert dit concert het lijden en sterven van Jezus.

Martin - Polyptique (1974)

Sjostakovitsj' creativiteit werd sterk beknot door de censuur van het Sovjetregime. Het intieme genre van het strijkkwartet bood een uitlaatklep voor zijn meest persoonlijke emoties. Sjostakovitsj’ vijftiende en laatste kwartet is een unicum, omdat het uitsluitend uit langzame delen bestaat. De sfeer van de muziek is kaal en zonder hoop.

Sjostakovitsj - Kwartet nr.15 (1974)

Luigi Nono zag eens een spreuk op de muur van een klooster: 'Caminantes, no hay caminos, hay que caminar'. Vrij vertaald: Pelgrims, er zijn geen wegen, maar laten we onze weg kiezen. De componist wijdde er een aantal stukken aan. Zijn laatste compositie was: 'Hay que caminar' soñando ('Maar we moeten doorgaan' dromend). Twee violisten bewegen zich langs verspreid opgestelde muziekstandaards. De route is open, aan het eind van het stuk zijn niet alle standaards gepasseerd. De weg had ook anders kunnen lopen.

Nono - Hay que caminar (1989)