Terug naar boven

Van Eigen Bodem: Den Haag muziekstad

'Het had weinig gescheeld of Kane was een Rotterdams bandje geweest', zei gitarist Dennis van Leeuwen ooit in een interview. De geboren Hagenaar woonde op dat moment al jaren in Rotterdam. Zanger Dinand Woesthoff woonde wél in Den Haag, maar sleet de eerste twintig jaar van zijn leven in Gorinchem. Waarom Kane zich uiteindelijk presenteerde als Haagse rockband, laat zich raden: Den Haag is van oudsher rockstad nummer 1. Hoe dat zo is gekomen, leest u in deze aflevering van Van Eigen Bodem.

Iedereen kan wel een paar bandjes opnoemen uit onze residentie. De jongere generatie noemt dan al gauw Di-rect, Anouk en Kane, de oudere generatie zal met Golden Earring en Shocking Blue op de proppen komen en de echte dino’s roepen meteen de Tielman Brothers. Dit rijtje overziend is het toch wel iets bijzonders: al deze artiesten, sommigen van wereldformaat, hebben allemaal hun wortels in het Haagse. Wat is dat toch?

Tielman Brothers - Rock little baby of mine

Nico Servaas begint eind jaren vijftig in de muziekwinkel van zijn vader. Het is een keurige zaak, waar al generaties lang muzikanten komen voor bladmuziek of een nieuw instrument. Nico komt in de winkel op het moment dat alles in de muziekwereld aan het verschuiven is. De rock-‘n-roll heeft Nederland bereikt en zoals overal zijn ook in Den Haag jongeren bezig zich via deze muziek te uiten. De familie Servaas verdient nu een goede boterham met de verkoop van elektrische gitaren aan grote indorockbands als de Crazy Rockers en de Tielman Brothers. Die verdienen met name in Duitsland grof geld en komen dat in Nederland uitgeven aan nieuwe spullen. Die beroemde muzikanten zijn een perfect uithangbord voor een muziekwinkel. Dat geldt natuurlijk voor iedere muziekwinkel, maar de jonge Nico Servaas buit het meer uit dan anderen. Zo regelt hij een sponsordeal met het Britse gitaarmerk Burns voor de gitarist van de Crazy Rockers.

Q65- The life I live

Golden Earrings - Sound of the screaming day

Langzaam maar zeker wordt de muziekwinkel van Servaas een ware ontmoetingsplek van muzikanten. De professionele muzikanten komen voor spullen, de jongeren komen voor hen. Wat ze willen is duidelijk: hun eigen muziek maken. Beatmuziek natuuurlijk. En ze willen dat doen met de prachtinstrumenten die hun helden ook gebruiken. Eén probleempje: die spullen zijn veel te duur voor beginnende muzikanten als Rinus Gerritsen (Golden Earring) en Peter Vink (Q65). En dan doet Nico Servaas zijn meesterzet: hij geeft die spullen gewoon mee, met het vertrouwen dat de betaling wel in orde komt. Het is de kat op het spek binden natuurlijk. De beatbandjes spelen dankzij Nico Servaas op de mooiste instrumenten en de beste apparatuur. Sommige bandjes doen er jaren over voor alles is afbetaald, maar intussen stelen ze wel de show. De ene na de andere laat zich verleiden tot een deal met Servaas.

Halverwege de jaren zestig begint het vruchten af te werpen: de genoemde Golden Earring en Q65 zijn doorgebroken en maken zelfs internationaal naam. Ze blijven in de winkel komen om nieuwe spullen uit te proberen en elkaar te ontmoeten. Ze veroorzaken hetzelfde als een paar jaar eerder, alleen zijn zíj nu de helden. Jongeren komen massaal naar Servaas: wie weet loop je zo maar iemand van Golden Earring tegen het lijf! Of iemand van Livin’ Blues, Tee Set, Shocking Blue of Sandy Coast, want ook die komen allemaal bij Servaas. En die spint daar uiteraard garen bij. Hij zorgt voor de mooiste en de nieuwste spullen en heeft altijd alles op voorraad.

Sandy Coast - True love that's a wonder

De muziekwinkel van de familie Servaas barst uit z’n voegen en in 1968 verkast de zaak naar een nieuw gigantisch pand. Vanaf die tijd is Servaas niet meer de sympathieke muziekhandelaar die hij was. Er worden hekken geplaatst voor de schappen, tegen diefstal, en je mag alleen de winkel in als Servaas vindt dat je er iets te zoeken hebt. Een trouwe klant als Rinus Gerritsen gaat voortaan liever naar de concurrent en ook bij andere klanten bekoelt de liefde gedurende de jaren zeventig. De wereld is veranderd, de jongeren hebben geld en kunnen prima zelf bepalen wat ze willen. De jonge muzikant is individualistisch en wereldwijs en het dorpse ons-kent-ons-sfeertje verdwijnt in rap tempo. In 1994 valt het doek voor de winkel van Nico Servaas. Hij verkoopt het pand met dikke winst en woont tegenwoordig op een tropisch eiland.

Kane - Can you handle me baby

Een band als Di-Rect kan eigenlijk onmogelijk iets hebben gehad aan de muziekwinkel van Nico Servaas; hij sloot zijn zaak toen de leden van Di-Rect nog op de basisschool zaten. Maar tóch is het voor Di-Rect niet ongunstig geweest dat ze uit Den Haag komen. Bij de introductie van zo’n band hoor je vaak: “Oh ze komen uit Den Haag? Ja, is toch de rockstad hè, dat zie je maar weer.” Eigenlijk geldt het voor alle artiesten die begonnen zijn ná de jaren zestig: direct hebben ze niet veel aan Servaas, maar het feit dat ze uit Den Haag komen (of zich presenteren als Haagse band, zoals Kane dat heeft gedaan) is een soort kwaliteitslabel. En dat heeft Servaas wel degelijk gecreëerd. Wie weet wat er van die ambitieuze muzikanten in de jaren zestig was geworden als het bij kwijlen voor de etalage was gebleven…
(HF)