Terug naar boven

Basiscollectie klassiek: La bohème

Heel wat operagangers hebben het theater snotterend verlaten na een opvoering van Puccini's La Bohème. Het is een van de meest opgevoerde en daarmee succesvolste opera's in de geschiedenis. Wat minder bekend is, dat Puccini's tijdgenoot Leoncavallo een opera schreef over hetzelfde onderwerp. Zijn La Bohème kreeg betere kritieken en was een tijd lang zeker zo succesvol.

Zowel Puccini als Leoncavallo baseerden hun opera op een roman en een toneelstuk van de Franse schrijver Henry Murger. De titel ‘La bohème’ verwijst naar de arme kunstenaars, muzikanten en schrijvers die rond 1850 in Parijs wonen. Het zijn jonge idealisten die lak hebben aan allerlei burgerlijke normen en waarden. Zo maken zij er een spel van hun rekeningen niet te betalen. Ze beginnen liefdesrelaties zonder ook maar aan een huwelijk te denken.

Murgers toneelstuk beschrijft het wel en wee van twee koppels. Hun liefdesrelaties komen onder druk te staan omdat de dames de armoede moe worden. Ze weten dat ze gemakkelijk een rijkere minnaar kunnen krijgen. Het verhaal eindigt tragisch met de dood van een van de vrouwen aan tuberculose, een longziekte.

Veel critici vonden en vinden Leoncavallo's versie beter dan die van Puccini. Het door hemzelf geschreven libretto biedt een betere weergave van Murgers oorspronkelijke roman en het zit ook logischer in elkaar. Toch was Leoncavallo's opera op den duur minder succesvol dan Puccini's werk. Waarom?

Het Quartier Latin in Parijs: Tullio Serafin dirigeert (zie album)

Puccini en zijn librettisten Illica en Giacosa beseften beter dan Leoncavallo dat een opera geen roman is. Zij concentreerden zich op de tragedie: op de jonge vrouw die in de bloei van haar leven hoort te zijn, maar sterft. Zij vertelden een onthutsend verhaal: van de onbezorgde luchthartigheid van jonge mensen die hun hele leven voor zich hebben, die de wereld gaan veroveren... naar de harde realiteit van een ongeneeslijke ziekte... tot de onrechtvaardigheid van de dood. Om dit verhaal in operavorm te vertellen - zo beseften Puccini en de zijnen – moest het karakter van Mimi, de vrouw die aan tuberculose sterft, een gedaantewisseling ondergaan.

Mimi (Angela Gheorghiu) heeft liefdesverdriet in: Mimi!... Speravo di trovarvi (zie album)

In Murgers toneelstuk en Leoncavallo's opera is Mimi een kokette vrouw, een goede flirtster die er vandoor gaat met een rijkere minnaar. In Puccini's opera wordt zij een vrouw die de liefde veel serieuzer neemt. We moeten nu eenmaal in korte tijd overtuigd worden dat haar liefde voor de dichter Rodolfo oprecht is. De dood van een oppervlakkige flirt ontroert veel minder. In een roman krijgt de lezer de tijd om van een karakter te houden met al zijn goede, slechte, interessante en oninteressante eigenschappen. In een opera heb je maar een uur of twee en een groot gedeelte daarvan wordt ingeruimd door die prachtige melodieën.

Rolando Villazón en Boaz Daniel zingen: O Mimi, tu più non torni (zie album)

De koketterie en de seksuele hartstocht worden wel beschreven in de opera, maar we zien die eigenschappen vooral terug in het andere koppel van het verhaal, in Musetta en haar schilder Marcello. Zij vormen een contrast met het andere paar. Nergens wordt dat duidelijker als in het duet uit de derde akte. Rodolfo en Mimi hebben samen besloten om uit elkaar te gaan, omdat hij haar niet de gezonde omgeving kan bieden die zij als tuberculosepatiënt nodig heeft. Beider harten zijn gebroken. Tegen de achtergrond horen wij het gekibbel van Musetta en Marcello. Hij is boos omdat ze weer eens heeft geflirt met andere mannen.

Pavarotti, Freni, Panerai en Harwood zingen Addio, dolce svegliare onder leiding van Karajan (zie album)

‘Het ware kopiëren mag een mooie zaak zijn, maar het ware uitvinden is beter, veel beter’. Dit is een citaat van Giuseppe Verdi, wellicht de populairste operacomponist aller tijden. Puccini werd beschouwd als zijn grote erfgenaam, misschien wel omdat hij deze les begrepen had. Leoncavallo kopieerde de werkelijkheid van Murgers realistische roman. Maar dat werkte alleen zolang het publiek de roman kende. Puccini en zijn librettisten Illica en Giacosa manipuleerden en abstraheerden het verhaal om een waarheid te vertellen die nog steeds tot tranen roert.

Het slot van de opera (Sono andati) met Anna Netrebko (zie album)

Van Puccini's La Bohème bestaan ontelbaar veel opnamen. Tot de klassiekers behoren de opname met Mirella Freni en Luciano Pavarotti en de nog oudere opname uit met Renata Tebaldi en Carlo Bergonzi. Op dvd worden de producties geroemd die Franco Zeffirelli maakte voor La Scala en The Met. De opera werd ondermeer verfilmd met het droompaar Rolando Villazón en Anna Netrebko. Van Leoncavallo’s opera bestaat een goede opname met Lucia Popp en Franco Bonisolli.

Musetta (Alexandrina Milcheva) zingt een wals in Leoncavallo’s opera (zie album)