Terug naar boven

Curiosa klassiek : Bob Dylan, klassiek bekeken

In 2016 werd aan Bob Dylan de Nobelprijs voor de literatuur toegekend. Niet iedereen was het eens met dit besluit van de Zweedse Academie. De controverse werd er niet beter op toen de zanger meer dan een maand wachtte met een reactie. ‘Arrogant’, zo vond een lid van de Academie. Ten langen leste liet Dylan dan toch nog weten zich zeer vereerd te voelen, al kwam hij de prijs niet zelf ophalen. Wat maakte het ook uit. De laureaat behoort immers hoe dan ook tot de allergrootsten, al kun je erover discussiëren wie die allergrootsten dan zijn. Shakespeare, Goethe, Dante? Of toch eerder Schubert, Brecht & Weill?

When the Ship Comes In (album The Times They Are a-Changin') lijkt sterk op het lied van Seeräuber-Jenny uit de Dreigroschenoper (Brecht & Weill). In beide gevallen is sprake van een mysterieus oorlogsschip annex galjoen dat genadeloos zal afrekenen met brave burgers. Er is echter ook een belangrijk verschil. Het wraakzuchtige lied van Jenny weerspiegelt de zelfkant van het Londense Soho. Dylans versie is veel meer een protestsong van de jaren zestig: de tijden zullen veranderen, een radicale omwenteling is nabij. De grimmigheid van de oude Bijbelse profeten is er niet vreemd aan.

Oh the foes will rise
With the sleep still in their eyes
And they’ll jerk from their beds and think they’re dreamin’
But they’ll pinch themselves and squeal
And know that it’s for real
The hour when the ship comes in
(When the ship comes in)

Seeräuber-Jenny (Brecht & Weill)
When the Ship Comes In (Bob Dylan, The times they are a-changin')

De Johannespassion van Bach begint met een lofzang op Christus als oppermachtige heerser over alle landen en tijden. Bach eindigde deze passie met een kerklied waarin Christus als rechter verschijnt om de levenden en doden te oordelen. Het album Slow Train Coming bevat vergelijkbare provocaties, ze klinken hier zelfs nog een stuk rauwer. Dylan – nog maar net tot het christendom bekeerd – gromt en snauwt hier dat het een oordeel is. Er zijn ook puur muzikale redenen om deze vergelijking tussen Bach en Dylan te maken. Het voornoemde kerklied vormt immers het sobere slot van verder zeer gecultiveerde passiemuziek. Op een vergelijkbare manier vormt When He returns het sobere slot van een album dat voor de rest aangekleed is met hoge productiewaarden.

Ach Herr, laß dein lieb Engelein (Johann Sebastian Bach, Johannespassion)
Wen He returns (Bob Dylan, Slow Train Coming)

Schuberts tijdgenoten waren geschokt door zijn liedcyclus Winterreise. De 'ik' van deze liederen is aan de kant gezet door de geliefde. En dat is nog maar het begin. Het vervolg laat zien hoe de antiheld langzaam zijn greep op het normale bestaan verliest. Vergelijk dat eens met de songs van Bob Dylans album Time out of Mind:

Well, my sense of humanity has gone down the drain
Behind every beautiful thing there’s been some kind of pain
She wrote me a letter and she wrote it so kind
She put down in writing what was in her mind
I just don’t see why I should even care
It’s not dark yet, but it’s getting there
(Not Dark Yet)

Gute Nacht (Franz Schubert, Winterreise)
Not Dark Yet (Bob Dylan, Time ouf of Mind)

Well, my heart’s in the Highlands at the break of day
Over the hills and far away
There’s a way to get there and I’ll figure it out somehow
But I’m already there in my mind
And that’s good enough for now
(Highlands)

Der Leiermann (Franz Schubert, Winterreise)
Highlands (Bob Dylan, Time out of Mind)

De ‘serieuze’ hedendaagse componist John Corigliano had totaal geen voorkennis toen hij in 2000 een aantal overbekende Dylan-teksten op muziek zette. Dat is althans wat Corigliano zelf beweerde. En hoe geloofwaardig is dat voor een in 1938 geboren Amerikaan? Corigliano wijst er niettemin op dat hij nooit een liefhebber was van folk music. Geen wonder dat zijn toonzettingen diametraal verschillen van Dylans volkse lyriek, het verschil kan niet groter zijn. Zo werd Blowin’ in the Wind bij Corigliano een apocalyptisch landschap waar de wind wel heel kil aanvoelt. Het is misschien even wennen, maar expressief is het zeker.

Blowin’ in the Wind (Bob Dylan)
Blowin’ in the Wind (John Corigliano)

(HJ)