Terug naar boven

Curiosa klassiek : Emahoy Tsegué-Maryam Guèbrou

Het is 1929. Een amper zesjarig Ethiopisch meisje bevindt zich met haar zusje op de boot naar Marseille. Het meisje zoekt verkoeling in een ligstoel op het dek. De volle maan verlicht de diepblauwe nacht, de zilveren glans breekt op de golven. Jaren later verwerkte Emahoy Tsegué-Maryam Guèbrou deze impressie in een intiem pianostukje, dat het midden houdt tussen Chopin en jazz. Èchte cross-over muziek dus, uit een tijd waarin dit genre nog niet als zodanig werd erkend.

The song of the sea

Guèbrou groeide op in een literaire familie, die deel uitmaakte van de high society van Addis Abeba. In Caïro volgde ze muzieklessen bij de Poolse violist Alexander Kontorowicz. Later zou deze persoon nog een belangrijke rol spelen in het Ethiopische muziekleven als adviseur van keizer Haile Selassie. Helaas pakten de muzikale ambities van de keizer niet goed uit voor Guèbrou.

Mother’s love

Dat zat zo: de 21-jarige Guèbrou wilde haar pianostudie voortzetten in Londen. Eén van de Ethiopische prinsen was wel bereid om haar financieel bij te staan. Dit was echter niet naar de zin van de keizer, die de sponsering door zijn zoon ruwweg saboteerde. Guèbrou’s droom lag in duigen. Ze raakte in een diepe depressie. Haar gezondheid ging zo sterk achteruit dat voor haar leven gevreesd werd.

Golghota

In 1948 week ze stiekem uit naar een klooster. In de religie hoopte ze rust te vinden. Ook dat pakte verkeerd uit, het harde kloosterleven was totaal ongeschikt voor haar. Uiteindelijk ging ze ermee akkoord om les te gaan geven in een weeshuis. Hier had ze eindelijk weer de mogelijkheid om piano te spelen en muziek te maken.

The story of the wind

Openbare concerten gaf ze niet veel. In 1963 nam ze echter twee jazz-platen op, waarvan de opbrengst bestemd was voor goede doelen. Later volgden nog een paar lp's en een cd. Het meeste is verzameld op de cd Éthiopiques volume 21. In de laatste track – Tenkou! Why feel sorry? – laat ze zich van haar meest montere kant horen.

Tenkou! Why feel sorry?

(HJ)