Terug naar boven

Basiscollectie klassiek: Rameau

De Fransman Jean Philippe Rameau (1683-1764) was een groot geleerde in de muziektheorie. Met zijn functionele harmonieleer legde hij de basis voor een muziektaal die nog steeds algemeen gebruikt wordt, of het nu om klassieke muziek of popmuziek gaat. De term ‘subdominant’ komt van hem vandaan. Daarnaast was Rameau een belangrijke componist, die veel invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de opera.

De vulkaanuitbarsting uit het opera-ballet Les Indes Galantes (zie album)

Waarom is Rameau dan zoveel minder bekend dan zijn generatiegenoten Bach, Händel en Vivaldi? De reden is wellicht van politieke aard. Rameau was teveel verbonden geweest met het oude bestuur in Frankrijk om na de Franse revolutie geëerd te kunnen worden door zijn landgenoten. Dat hij ruzie had gemaakt met natuurfilosoof Jean-Jacques Rousseau, zal zijn status in de 19e eeuw niet verbeterd hebben.

Rameau wordt in 1683 geboren als zoon van een organist in Dijon. De eerste 40 jaar van zijn leven leidt hij een obscuur bestaan in de provinciën, waar hij werkzaam is als organist. Twee keer gaat hij naar Parijs. In 1706 publiceert hij er zijn eerste boek met klavecimbelstukken. In 1722 keert hij terug voor de uitgave van zijn theorietraktaat Traité de l'Harmonie. Dit keer zal hij voorgoed in de Franse hoofdstad blijven.

Het bekende werk Les Sauvages werd geïnspireerd door een dansvoorstelling van twee Indianen uit Louisiana. (zie album)

Rameau's theorieën omtrent de harmonieleer verspreiden zich razendsnel binnen en buiten Frankrijk. Spoedig wordt hij erkend als een belangrijk muziektheoreticus en leraar. Ondertussen werkt Rameau hard om ook erkend te worden als componist. Zijn werken voor klavecimbel vallen op door hun virtuositeit en harmonische complexiteit. Steeds vaker componeert hij genrestukken waarin hij probeert de wereld om hem heen te beschrijven, of het nu om natuurgeluiden, fantasieverhalen of gemoedstoestanden gaat.

In La Poule bootst Rameau een stel kakelende kippen na. (zie album)

In 1726, 42 jaar oud, trouwt Rameau met de 19 jaar oude Marie-Louise Mangot, een zangeres en klaveciniste. Samen krijgen ze vier kinderen. Dan kiest hij voor een carrièrewending die je niet snel zou verwachten van een geleerde organist. Hij wil operacomponist worden. Hij krijgt een kans en componeert Hippolyte et Aricie (1733), een opera die te vernieuwend blijkt te zijn. Rameau moet sommige muziek schrappen en andere aanpassen, zoals de duetten waarin de personages ruzie hebben. Dat was het publiek niet gewend. In duetten hoorden de personages gelijkgestemd te zijn.

Duet uit Hippolyte et Aricie (zie album)

Maar ook in de aangepaste versie slaat de opera in als een bom. Er ontstaat een strijd tussen de operaliefhebbers die vrezen dat een mooie oude traditie (verklankt in de opera's van de reeds lang overleden Lully) verloren gaat en hen die de vernieuwing omarmen. Alles wordt harmonisch complexer, minder natuurlijk maar wel dramatischer en expressiever.

De instrumentale inleiding van de aria Tristes Apprêts uit de opera Castor et Pollux (zie album)

Met Rameau's volgende opera's wordt de controverse tussen de aanhangers van Lully en Rameau alleen maar groter, maar de werken zijn een succes. Rameau krijgt de steun van de steenrijke financier La Pouplinière. Hij werkt samen met Voltaire en mag zijn opwachting maken aan het hof. In 1745, als Rameau diverse werken voor het hof componeert, krijgt hij een koninklijk pensioen toebedeeld wat het einde betekent van al zijn geldzorgen. De banden met het hof zijn goed. In 1748 componeert hij zelfs een theaterwerk speciaal voor de talenten van Madame de Pompadour.

Dankzij het uitstekende orkest van La Pouplinière kan Rameau gebruik maken van klarinet en hoorn, in die tijd nieuwe instrumenten. Het orkest neemt in zijn theaterwerken een belangrijke plek in. De ouverture en entr'acte muziek worden onderdeel van het drama.

De Storm uit Platée (zie album)

Rond 1750 is Rameau op de piek van zijn roem. Zijn werken worden overal in Frankrijk opgevoerd. Van 1752 tot 1754 verliest hij echter een deel van zijn aanhang in de Querelle des Bouffons. Verlichtingsfilosoof Jean Jacques Rousseau hekelt de harmonische complexiteit van Rameau en eert de natuurlijke, melodische muziek van de Italiaanse komische opera's.

Rameau is geen gemakkelijke man om mee te werken en hij mist een stukje diplomatie. Langzamerhand verliest hij de steun van de filosofen, niet alleen van Rousseau maar ook van Diderot en D’Alembert. Hij componeert steeds minder en legt zich toe op muziektheoretische werken. Rameau overlijdt in 1764 na heftige koortsaanvallen. Een anekdote vertelt dat hij de priester op zijn sterfbed betichtte van vals zingen. (CP)