Terug naar boven

Basiscollectie klassiek : Drie vrouwen en de dood - over Frédéric Chopin

Chopin behoort tot de allergrootsten. Die positie is opmerkelijk, omdat zijn instrumentarium beperkt was. Hij componeerde geen opera’s of symfonieën. Alles wat hij deed, deed hij op fenomenale wijze met de de piano. Met dit instrument kon hij vrijwel alles uitdrukken, overigens met een sterke nadruk op het poëtische, het heroïsche en het morbide. Zijn tijdgenoten typeerden hem vaak als een engel. Maar dan wel een ontheemde engel, die ook scherp en sarcastisch kon zijn. We volgen zijn levensverhaal aan de hand van vier schetsen over drie vrouwen en de dood.

I – Konstancja Gladkowska

Fryderyc Franciszek Chopin werd rond 1 februari 1810 geboren in Polen. Zijn vader – Nicholas Chopin – was een Fransman uit Lotharingen die zich op jeugdige leeftijd solidair verklaarde met de Poolse bevolking in hun strijd om onafhankelijkheid. In 1802 trad Nicholas in dienst bij een adellijke familie op zo'n vijftig kilometer afstand van Warschau. Vier jaar later trouwde hij met een Poolse, Justyna Krzyzonowska. Zij was bij de familie in dienst als dienstmeid en gezelschapsdame.

In zijn kindertijd probeerde de kleine Fryderyk de liedjes op de piano te spelen die hij zijn moeder had horen zingen. Als zesjarige kreeg hij les van Adalbert Zywny, een vriend van zijn vader. De pianoleraar was een ouderwets geklede zestiger zonder tanden en met een met een paarse neus. Hij waste zich vrijwel nooit, behalve op warme dagen. Dan smeerde hij zich in met wodka. Chopin was dol op hem.

De pianoleraar had een uitstekende, maar beperkte smaak. Bach, Haydn en Mozart waren zijn helden. Van moderne componisten als Beethoven en Weber moest hij niets hebben. Zijn leerling erfde deze muzikale voorkeuren. Ook voor hem leek het alsof Beethoven en Schubert niet bestonden. Later, toen hij leerling was aan het lyceum van Warschau, maakte Chopin kennis met de Italiaanse opera. Bij Bellini vond hij een expressie die van grote invloed was op zijn pianostijl.

Chopin groeide op in een beschermd en ietwat provinciale omgeving. Niettemin trok hij de aandacht als wonderkind. Zijn talent bracht hem in aanraking met uiteenlopende milieus, van de boerenstand tot de Russische tsaar. Al die verschillende rangen en standen maakten Chopin sociaal vaardig. Hij was prettig in de omgang. Ondanks zijn eigenaardige opvattingen en voorkeuren wist hij met iedereen om te gaan. Uit zijn brieven blijkt dat hij een scherp oog had voor allerlei belachelijke situaties, die zowel hemzelf als anderen betroffen. Al die verschillende invloedssferen verbreedden eveneens zijn muzikale horizon, nog voordat hij kennis maakte met muziekculturen van Wenen en Parijs. Zo werd hij tijdens een schoolvakantie diep beïnvloed door de volksmuziek van het Poolse platteland.

-Mazurka op.6 nr.1

Chopins charmes kwamen echter met een prijs. De adolescent liet zelden iemand tot zijn innerlijk toe. Volgens de Chopin-biograaf Adam Zamoyski had dit mogelijk te maken met een dieper liggende angst om belachelijk gemaakt te worden. Spot en zelfspot vormden als het ware Chopins masker. De muziek was zijn uitlaatklep. Zo uitte Chopin in het Larghetto van het Tweede Pianoconcert zijn liefde voor de zangstudente Konstancja Gladkowska. De sopraan had van dit alles overigens geen idee. Pas op hoge leeftijd, lang na Chopins dood, vernam ze welke gevoelens de componist voor haar had gekoesterd. Destijds durfde Chopin alleen tegenover zijn jeugdvriend Tytus Woyciechowski zijn diepste emoties te uiten.

-Larghetto uit Pianoconcert nr.2

II – Maria Wodzinska

Chopin bevond zich in het buitenland toen in 1830 de Poolse opstand uitbrak. Kort daarvoor had hij zijn Eerste Pianoconcert ten doop gehouden in Warschau. Het was onbedoeld zijn afscheidsconcert geworden. Chopin belandde eerst in Wenen. Een jaar eerder had hij hier met succes concerten gegeven. In 1830 was de politieke situatie echter gewijzigd. In Wenen waren de anti-Poolse sentimenten sterk toegenomen, zodat Chopin het eerdere succes niet wist te herhalen. Waar moest hij nu heen? De altijd weifelende jongeman week tenslotte uit naar Parijs. In die tijd was Parijs zo ongeveer de hoofdstad van de gehele moderne wereld, vergelijkbaar met het New York van de jaren 1970. In dit liberale klimaat vond Chopin een tweede huis, bestaande uit intellectuelen, welgestelden, concurrerende pianovirtuozen en Poolse vluchtelingen.

-Polonaise op.44

Chopin had zich nooit kunnen ontwikkelen zonder dit tweede vaderland, waar de pianocultuur bloeide en waar Liszt en Delacroix tot zijn vrienden behoorden. Hij leed niettemin aan heimwee, zijn beheersing van de Franse taal bleef gebrekkig. Vaak zocht hij de omgang met Poolse vrienden en ballingen. In 1835 ziet hij zijn ouders voor het laatst tijdens een concertreis in Duitsland. Hij verlooft zich dan ook met de Poolse Maria Wodzinska, die met haar familie in Dresden leefde. Twee jaar later verbreekt Maria de verloving, mede vanwege Chopins slechte gezondheid en ongeregelde leven.

-Ballade nr.1

Men beweert dat Chopin in 1836 zijn (tot dan toe) meest favoriete compositie aan Maria Wodzinska voorspeelde: de Eerste Ballade (1831-35). Chopin was feitelijk de uitvinder van dit pianogenre, dat overigens niet zo eenvoudig te definieëren is. Er wordt wel beweerd dat Chopins ballades geïnspireerd zijn door de literaire ballades van de Poolse dichter Mickiewicz. Chopin heeft dit overigens nooit bevestigd. Eigenlijk hield hij niet van dit soort programmatische verklaringen.

III – George Sand

In 1836 maakt Chopin voor het eerst kennis met George Sand. Deze sigarenrokende schrijfster in mannenkleding gold als de meest beruchte vrouw van Frankrijk. Haar verschijning ontlokte aan Chopin de legendarische woorden: ‘Wat een onaantrekkelijk persoon is La Sand. Is ze werkelijk een vrouw?’

Twee jaar later echter gebeurde het onmogelijke. De introverte Chopin en de vrijgevochten Sand beginnen een liefdesrelatie. Om aan het geroddel en een ex-minnaar van Sand te ontkomen besloten beiden naar Mallorca uit te wijken. Tijdens de winter zou Chopins gezondheid ongetwijfeld baat hebben bij het warme klimaat. Helaas werd deze overwintering zo’n complete ramp, dat ze tot de meest besproken episodes uit de muziekgeschiedenis behoort.

-Prelude op.28 nr.1

Aanvankelijk hadden de reizigers (Chopin, Sand en haar beide kinderen) het naar hun zin, zo onder de cipressen en de sinaasappelbomen. Daarna echter brak het regenseizoen aan. De slagregens hadden een verwoestende uitwerking op Chopins gezondheid. De locale bevolking moest toch al weinig hebben van de excentrieke vreemdelingen. De reële angst voor tuberculosebesmetting wakkerde de vijandigheid nog verder aan. Uiteindelijk trokken de reizigers zich terug in een voormalig kartuizerklooster. De verzwakte en zelfs hallucinerende Chopin zag toch nog kans om aan zijn 24 Preludes en Tweede Ballade (1839) te werken. Al die tijd liet hij zich verzorgen en bemoederen door Sand. Zijzelf raakte zeer verbitterd door de vijandschap van de eilandbewoners, die haar etenswaren voor woekerprijzen verkochten.

-Prelude op.28 nr.14

In februari 1839 was Chopins gezondheid zo zorgelijk, dat men de overtocht naar het vasteland waagde. Tot overmaat van ramp bevond zich een kudde stinkende varkens op de boot. De varkens moesten vrij bewegen omdat ze anders zeeziek zouden worden. Door alle stank en herrie vonden de reizigers geen rust.

-Prelude op.28 nr.15

Na Mallorca volgde een redelijk stabiele periode. Chopin en Sand resideerden afwisselend in Parijs en Nohant (het landgoed dat Sand van haar vader had geërfd). In die laatste jaren met Sand – vanaf 1840 – voltooide Chopin een aantal van zijn belangrijkste meesterwerken, waaronder de Derde en Vierde Ballade (respectievelijk 1840-41, 1842).

-Ballade nr.4

Het is waarschijnlijk dat Chopin aan tuberculose leed, al spreken sommige onderzoekers tegenwoordig ook van taaislijmziekte. Tuberculose (of ‘longtering’) kwam destijds veel voor. De ziekte is van invloed op iemands karakter. De patiënt trekt zich vaak terug, op het paranoïde af. Ook waanideeën en stemmingswisselingen doen zich voor. De ondraaglijke pijnen kunnen leiden tot euforische momenten en uitbarstingen van creativiteit.

-Etude op.10 nr.1

De herinneringen van Zofia Rozengardt – de negentienjarige dochter van een restauranthouder uit Warschauw – biedt ons een inkijkje in Chopins gemoedsleven. Zij volgde een aantal lessen bij de componist aan huis. Iedere keer trof zij hem aan in een andere stemming. In een brief schreef Zofia:

‘Een vreemde, onbegrijpelijke man! Je kunt je niet voorstellen dat iemand zo kil en onverschillig kan zijn ten aanzien van zijn omgeving. Zijn karakter is een rare mengeling: ijdel en trots, verzot op luxe en toch onverschillig en niet in staat slechts een greintje van zijn wensen of grillen op te geven voor alle luxe in de wereld. Hij is bijna overdreven beleefd, maar tegelijkertijd gaat daarachter ontzettend veel ironie en wrevel schuil!'

In 1847 verbrak Sand de relatie met Chopin. De twee waren uit elkaar gegroeid. Chopin gedroeg zich vaak verwend, op het hysterische af. Waarschijnlijk waren zijn nukkigheid en wisselende gevoelsstemmingen het gevolg van zijn ziekte. Ruzies over de huwelijken van Sands kinderen deden de rest. Hier was het overigens Sand, die haar kinderen tot de meest dwaze levenskeuzes aanspoorde. Chopin schatte de complexe situaties vaak beter in, wat Sand dan weer tot razernij bracht.

-Etude op.10 nr.3

Chopins biograaf Adam Zamoyski ziet nog een reden waarom de relatie tussen Chopin en Sand wel moest mislukken. Sand heeft Chopin altijd bemoederd, alsof ze niet op een volwassen manier liefde durfde te ontvangen. ‘Haar weigering zijn liefde te accepteren zorgde ervoor dat hij jaloers en argwanend werd’, aldus Zamoyski: ‘Door de situatie speelden zijn neurotische neigingen op. Hij was nog maar drieëndertig, maar gedroeg zich als iemand van middelbare leeftijd of nog ouder.’

IV – De dood

Mede vanwege de politieke onrust week Chopin in het revolutiejaar 1848 uit naar Engeland. Elf jaar daarvoor was hij er ook al geweest, samen met de pianobouwer Pleyel. Na afloop van het zomerse concertseizoen nam zijn leerlinge Jane Stirling hem tijdelijk in huis; ze speelde kennelijk met de gedachte dat ze Sand kon opvolgen. Chopin raakte echter hopeloos uitgeput van de attenties en huwelijksaanzoeken. Zijn talent voor macabere oneliners was echter ongebroken: naar eigen zeggen voelde hij zich dichter bij een doodskist dan bij een bruidsbed.

-Treurmars uit Sonate nr.2

Tijdens een concert onderbrak hij de Treurmars van de Tweede Sonate omdat naargeestige visioenen hem overvielen. Het waren dezelfde wanen die hem bezochten in het klooster op Mallorca. De tuberculose had hem al zozeer uitgeteerd – hij woog minder dan 45 kilo – dat een Londense arts het ergste vreesde. In de Britse hoofdstad gaf hij dan toch nog een concert. En dat was, hoe zou het ook anders, voor de Poolse gemeenschap.

Na terugkeer in Parijs werd de enige (althans onomstreden) foto gemaakt die we van Chopin bezitten. Het is het beeld van een uitgeputte man die al met één been in zijn graf staat. Over Chopins laatste dagen doen bedenkelijke verhalen de ronde. Een ooggetuige merkte schamper op dat allerlei welgestelde vrome dames zich rond het het sterfbed verdrongen, om vervolgens bij bosjes flauw te vallen.

-Finale uit Sonate nr.2

Op 12 oktober kreeg Chopin de laatste sacramenten toegediend. Naar verluidt zou hij tegen de Poolse priester hebben gezegd: 'Zonder jouw, mijn vriend, zou ik gecrepeerd (‘krepiren’) zijn als een varken.' En zo ging hij met behoud van zijn waardigheid de Styx over, de stinkende varkens van de Mallorcaanse vertrekboot achter zich latend.

-Mazurka op.68 nr.4

Chopin overleed op 17 oktober in de vroege ochtend in de armen van zijn zuster Louise. Zijn laatste woorden – in het Pools – zouden zijn geweest: 'Matka, moja biedna matka’ (Moeder, mijn arme moeder). Zijn graf is tot op de dag van vandaag te vinden op de begraafplaats Père- Lachaise. Zijn hart werd – op het verzoek van Chopin zelf – overgebracht naar Warschau, waar het rust in een urn in de Heilige Kruiskerk.

Na de breuk met Sand heeft Chopin nog maar weinig gecomponeerd. In zijn sterfjaar ontstonden dan toch nog de Mazurka's op.67 nr.2 en op.68 nr.4.

Voornaamste bron: Chopin van Adam Zamoyski

(HJ)