Terug naar boven

Muzikale wereldreis (7): De doedoek

Deze aflevering van De muzikale wereldreis gaat over een blaasinstrument dat karakteristiek is voor Armenië: de doedoek, duduk of doudouk. In de filmmuziek hoor je dit bijzondere volksinstrument ook regelmatig, waar ze geliefd is om haar bijzondere klank: omfloerst, treurig, melancholiek…

Armenië is een west-Aziatisch land dat tegenwoordig omsloten wordt door Turkije, Georgië, Azerbeidzjan en Iran. Vroeger bestreek het echter een veel groter gebied dan nu. In 301 na Christus nam het als eerste land ter wereld het christendom aan als staatsreligie.

Musicologen schatten in dat de Armeense doedoek – niet te verwarren met de blokfluitachtige Balkanese duduk – minstens 1500 jaar oud is. Zoals op komend geluidsfragment te horen is, wordt de doedoek gewoonlijk in tweetallen gespeeld. De ene musicus speelt de melodie, de andere speelt een continu klinkende bourdontoon.


Anush garun, album Miniatures (doedoekspeler Gevorg Dabaghyan)

De doedoek wordt gemaakt van oud abrikozenhout. Het is een dubbelriet blaasinstrument: in het mondstuk zitten twee rietbladen. Maar in tegenstelling tot dubbelrietinstrumenten als hobo en fagot komt de klank van de doedoek meer in de buurt van een lage klarinet (een enkelriet instrument). Dit komt door het grote formaat van het mondstuk.

Zoals eerder gezegd is de doedoek een populair instrument geworden in muziek van speelfilms die zich afspelen in het Midden-Oosten of andere exotische oorden. Peter Gabriel was de eerste die de doedoek onder de aandacht bracht van een groot westers publiek, door deze te gebruiken in zijn filmmuziek voor The Last Temptation of Christ, een speelfilm van Martin Scorcese:


The feeling begins – album The last temptation of Christ, muziek van Peter Gabriel

Latere films waarin de doedoek gebruikt wordt zijn onder andere Gladiator, Syriana, Blood Diamond en The Passion of the Christ.

Bekende doedoekspelers zijn Gevorg Dabaghyan, Lévon Minassian en Djivan Gasparyan.

Gasparyan heeft aardig wat albums uitgebracht. Zijn repertoire reikt van traditionele Armeense volksmuziek tot een fusion met uiteenlopende stijlen en artiesten. Een mooi voorbeeld hiervan is het album Fuad van Gasparyan met de Turkse gitarist Erkan Ogur. Een teken van verzoening tussen twee volken die een getroebleerd verleden delen:


Siresi yarisdaran – album Fuad

Meerdere keren in de geschiedenis is Armenië bezet geweest door buitenlandse mogendheden. Ondermeer door Perzen, Turken, Arabieren en Russen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1915 werden ongeveer 1 miljoen Armeniërs vermoord door een groep Turkse officieren die zich Jonge Turken noemden. In 1920 werd Armenië veroverd door het Russische Rode Leger. Na de Eerste Wereldoorlog emigreerden veel Armeniërs naar Europa (vooral Frankrijk), Noord-Amerika (Verenigde Staten), Rusland, Syrië en Iran.

Net als de beroemde zanger Charles Aznavour is doedoekspeler Lévon Minassian een Fransman van Armeense afkomst. Op het album Songs from a world apart speelt Minassian prachtige, sfeervolle muziek van de Franse (film)componist Armand Amar:


Im ayrogh veuchtitz – album Songs from a world apart

Tot slot een voorbeeld van de doedoek met een pop/rock sound. De Frans-Amerikaanse indieband Deleyaman creëert mede door het gebruik van de doedoek een uniek geluid:


Castles in the sand – album The edge